Pagina's

07 december, 2012

PRESENTJE VOOR MARIA



Deze opstapeling van kleine kommetjes is nog geen dertig centimeter hoog, ze zitten opgesloten in een 'stellage' van Ebbehout en zijn verzegeld met twee loodjes.
Ik heb het gemaakt als presentje voor Maria, ze krijgt het verpakt in een viertal plankjes.




Er zijn heel veel houtdraaiers in Nederland, maar Maria heeft het ambacht vorm gegeven. Dat doet zij al meer dan vijftig jaar in alle bescheidenheid. Ik heb haar leren kennen als medewerkster van Galerie Het Kapelhuis in Amersfoort, waar Marion en later ook ik menigmaal exposeerden. Als houtdraaier leerde ik Maria pas later kennen.

Het werk van Maria zag ik in musea en galeries, maar nog nooit in een winkel. Groot was dan ook de verrassing toen ik een berichtje kreeg van de zaak in Arnhem, waar ik sinds ik 'hout draai' spullen koop. Zij tonen tot 15 december het werk van Maria in de etalage en winkel en bieden het boek "Om de vorm" te koop aan.

15 december komt Maria haar werk ophalen, mijn presentje krijgt ze dan.

01 december, 2012

PIMPELMEES / Cyanistes caeruleus,



Ik heb mijn kleine Logitech-camera weer achter het raam opgesteld in de hoop leuke opnamen te kunnen maken. Er is echter iets vreemds aan de hand, de camera of de software laat een gespiegeld beeld zien. Op zich is dat niet zo erg, bovendien hou ik wel van omdraaiingen. Het laat de wereld weer net iets anders zien, maar vreemd is het wel en bovendien niet altijd wenselijk.




Er zit in Apples Photo Booth een knop om foto's te spiegelen, maar die werkt niet bij een filmopname. Ik begrijp werkelijk niet wat er aan de hand is, misschien iemand onder de lezers die een oplossing weet?

Het netje pinda's hangt op nog geen twintig centimeter van het raam en de camera staat er tien vanaf. Het ding is niet scherp te stellen en het dubbele glas blijft een spelbreker maar de beelden zijn m.i. redelijk. Bij deze opname beweeg ik de camera met m'n hand, dat moet de mees gezien hebben, hij trekt zich er echter niets van aan.

Nu maar hopen dat de groenling die vanmorgen aan het netje op de achtergrond hing zich ook bij deze laat zien.

28 november, 2012

ASBEST, wie wist van het gevaar?

Opslag en 'hijs' in het pakhuis aan de Lijnbaansgracht, de auto's staan op de Marnixstraat.
foto Hans Mulder, collega.


In de jaren zestig van de vorige eeuw werkte in bij een bedrijf dat etalagepoppen maakte. Dat bedrijf 'Decora' genaamd was een 'dochter' van de Fa. Michels, opgezet door Herman Michels en tot het eind van z'n bestaan (ik dacht begin jaren tachtig) hét enige bedrijf waar filmmakers, acteurs en later de tv terecht konden voor kap- en grimeurs werk. Ook Hans van Manen schijnt er als grimeur gewerkt te hebben voordat hij naar het ballet ging.
Ik weet niet waarom ze er aan begonnen, maar de stap naar het maken van etalagepoppen was voor het bedrijf niet zo groot.
Bij het moederbedrijf in de Amsterdamse Huidenkoperstraat was een atelier waar een drietal mannen in klei de figuren modelleerden. Het waren vaklui die wisten van stand, houding en proporties, dat hadden ze geleerd op de Rijks Academie. De rest van wat ze op de Academie geleerd hadden konden ze op dit atelier niet kwijt, want hier maakten ze geen beelden, maar min of meer levensechte figuren. Die figuren moesten glad en makkelijk reproduceerbaar zijn. Als de beeldhouwers hun werk klaar hadden, maakte de 'vormen maker' er gipsen mallen van.
Een etalagepop bestaat soms uit vier maar meestal uit vijf onderdelen. Ten eerste een standbeen incluis onderbuik om de pop te kunnen laten staan en een los speelbeen(want de etaleur moet zo'n mannequin ook een broek aan kunnen trekken). Dan een buste met hoofd en twee losse armen. Alle onderdelen worden d.m.v. bajonet- of sleutelgat-sluiting gekoppeld. Dat mechaniek zat op een rond plaatje dat tijdens het productieproces in de mal geplaatst en vervolgens 'meegeplakt' werd.
In de negatieve gipsen mallen werden de armen, benen en torso met hoofd, gedeeld door boven genoemde koppelplaatjes in gips gegoten. Het positieve resultaat werd dan door 'schuur specialisten' perfect afgewerkt tot de pop die het uiteindelijk moest worden.
Van die gipsen onderdelen werden door weer een andere 'specialist' mallen in polyester gemaakt, de mallen waar wij, in het pakhuis op de Lijnbaansgracht uiteindelijk mee moesten werken.
Zo'n polyester mal bestaat uit ten minste twee delen, twee 'lossende' delen wel te verstaan anders krijg je het eindresultaat er nooit uit.
Het is jammer dat ik nooit foto's heb gemaakt van de ruimte waarin wij moesten werken, daar dacht je toen niet aan. Wie de foto van mij bij de 'hijs' heeft gemaakt weet ik ook niet. Een pakhuis etage is over het algemeen een meter of vijf breed en dertig diep. Er was een voor-, tussen- en achterdeel. Het kleine voorste deel lag aan de gracht, daar stonden/lagen de door ons gemaakte poppendelen klaar om naar beneden gehesen te worden. Het achterste deel, ik denk zo iets van vier bij vijf, was de plamuur- en schuurruimte. Een stof- of dampafzuiging kan ik mij daar niet herinneren.

In het deel tussen voor en achter werken wij, ik dacht met ons drieën, maar ik kan mij maar één collega herinneren. Langs één lange kant stonden drie werkkasten met aftuiging, daarvoor in het midden van de ruimte drie werktafels. Aan de andere lange muur stonden de materialen waarmee wij moesten werken. Er stonden drie vaten met polyesterhars: een gelcoat (elke week weer op huidkleur gebracht door onze voorman), een dunne impregneerhars en een boterdikke hars om plamuur mee te maken. Naast de vaten met hars stond nog een vat, een kartonnen vat met metalen rand gevuld met grijze, korte asbestvezel. Aan de muur prachtige rollen tot doek geweven engelenhaar waarvan wij stukken afknipten ter versterking van het product. En ja dan ook nog een grote kist met 'chopped strands', korte stukjes glasvezel, het hoofdbestanddeel van de 'body'.

Als wij de mal hadden ingesmeerd met een losmiddel en na droging de gelcoat hadden aangebracht, strooiden we die losse vezels uit de hand in de nog plakkerige gelcoatlaag. De kunst was dan om een zo gelijk mogelijke dikte (3 cm) losse vezel in de mal te strooien, want die dikte bepaalde de uiteindelijke sterkte van de pop. De lucht was op zo'n moment bezwangerd van zwevende glasvezeldeeltjes, goed te zien in het weinige zonlicht dat door de daklichten naar binnen kwam. Beschermende maskers of handschoenen hadden we niet. Dat het gevaarlijk voor de gezondheid kon zijn beseften we ook niet.
De afzuigkasten waren gemaakt om in te werken, de kleinere onderdelen zoals armen 'plakten' we dan ook daarin. Het grote werk deden we op de tafels in het midden, want je moest er omheen kunnen lopen. Hars maakten wij meestal aan met te veel versneller en harder, zodra dat ging geleren kon je er niets meer mee en verdween dat kokende en giftige dampen uitslaande potje in de afzuigkap. Als de twee delen (voor- en achterkant) geplakt, uitgehard en afgesneden waren, moesten ze tot één deel aan elkaar gezet worden.
Een lepel boterdikke hars mengden wij daartoe met een handvol asbestvezel om een mooie, niet wegzakkende substantie te krijgen. Dat is dus roeren met een spatel in een ijsbeker van een kilo. Het kan niet anders dan dat daarbij ook vezels rond gaan zweven. Wisten wij veel.
Van boterhammenpapier maakten wij puntzakjes, daar ging die smurrie (na toevoeging van harder) in en spoten we dat, als was het slagroom op de randen van de mallen. Zie tekening.

Het op elkaar leggen van de twee delen en het met lijmklemmen fixeren moest snel gebeuren anders was de hars te stijf en zou de naad veel te breed worden.
Achteraf gezien vele ongezonde momenten en een reeks van kwade materialen. Mijn toenmalige huisarts zei ooit: "Werk niet langer dan twee jaar met die glasvezel, want die rommel komt wel je lijf in, maar gaat er nooit meer uit!" Over het gevaar van asbest heeft hij het nooit gehad.

Naast een groot bedrijf als ETERNIT waar asbest verwerkt werd, moeten er vele kleintjes zijn geweest als het onze; je hoort er zelden over.

22 november, 2012

ZIEKE KOOLMEES




Een gezonde Koolmees ziet er uit als dit exemplaar rechts van het netje pinda's. De linker echter moet behoorlijk ziek zijn, niet alleen ziet hij er verfrommelt en opgepoft uit, achter zijn rechter oog zit een behoorlijke ontsteking of gezwel.




We hebben het vogeltje een dag of drie kunnen observeren, het was zeer levendig, at zich vol en liet zich niet wegsturen.




De vierde dag zagen we hem niet meer, wel een sperwer opvliegend van het gazon aan de voet van de voederplaats. Misschien is het toeval, misschien ook niet. Zeker is dat die mees het niet lang meer zou maken, zijn gezichtsveld was tot de helft gereduceerd.


De foto's zijn door Lindsey vanachter het keukenraam gemaakt.

04 november, 2012

ARTRITIS ?



Een handarbeider ben ik, zonder mijn handen kan ik niet werken. Mijn hersenpan met daarin diverse kwabben doet wel mee, maar een hoofdwerker ben ik nooit geweest.
De hersenen in mijn hoofd sturen, heb ik altijd begrepen. Maar er valt weinig te sturen als scharnieren en pezen niet meer mee willen werken.

Mijn handen laten mij de laatste tijd steeds meer in de steek. Eerst deed alleen rechts moeilijk, maar nu lijkt links wel erger. Verder sluiten dan op de foto willen m'n vingers niet. Een handvol spijkers pakken lukt niet meer, ze glijden er net zo hard weer uit. Een stuk gereedschap klemvast houden hou ik niet lang meer vol, te pijnlijk. Ook het werken met tangen waarbij ik handkracht moet uitoefenen gaat steeds moeizamer, zelfs met de snoeischaar kom ik niet meer door takken van meer dan één centimeter heen.
Een beeld hakken uit Belgische hardsteen zal mij niet meer lukken.

Dit beeld hakte ik uit op straat gevonden stukken stoeprand gemaakt van Belgische hardsteen. vroeger lagen de steden er vol mee, nu zijn ze vervangen door betonnen bandjes. In 1969 maakte ik twee beelden uit steen en ontdekte dat dat beslist mijn materiaal niet was en ben er dan ook niet mee doorgegaan.



06 oktober, 2012

DOG WALK



Het was ons in onze pré-campertijd niet opgevallen dat camperaars maar ook caravanners bijna altijd één of meerdere honden bij zich hebben. Soms zijn het echt grote honden, maar meestal blijken het keffertjes die aan het eind van die handige lange uitrollijnen voortdribbelen. Ook verkrijgbaar in leuke kleurtjes en dessins passend bij de outfit van het baasje.





Die beesten moeten natuurlijk ook zo nu en dan even 'naar buiten' om hun behoefte te doen. Steeds meer zie je dan ook bij campings een afgesloten 'dog walk', een plek waar de baasjes hun lievelingetjes vrij mogen laten poepen. Die drollen moeten ze dan wel weer meenemen en in een daarvoor bestemde afvalbak deponeren. Om het meenemen te stimuleren hangen er kastjes met plastic zakjes bij de ingang van zo'n uitlaatgebied. Die gevulde zakjes belanden niet altijd in de shitbak, her en der zijn we ze tegengekomen tot hangend in boomtakken toe!
Ook bij andere openbare 'hondenuitlaatveldjes' zie je die plasticzakjeshouders en de bijbehorende afvalkliko's vaak met het opschrift dat ze alleen voor hondendrollen zijn.

In één dorpje kwamen we een affiche tegen waarop een 'Barbie fee' de hondenbezitter aanmoedigt het zakje met inhoud te deponeren in welke afvalbak dan ook, want de feeën doen het niet voor jou.

Het zou aardig zijn als 'hondenliefhebber' Martin Gaus in één van zijn veelbekeken programma's aandacht zou besteden aan het hondendrollenprobleem, de poepzakjes en het 'waar te deponeren'. Nog leuker zou ik het vinden als hij een opdracht zou geven aan een grafisch ontwerper met humor tot het realiseren van een affiche met een strekking als hierboven.

Misschien iets voor J.v.d.K?

30 september, 2012

NIET ALLEEN MAAR PECH...

De nacht van 4 op 5 september stonden we op het bijna verlaten 'Treverven Farm Camping Park' in de buurt van St. Buryan, Penzance, Cornwall. We hadden op een andere locatie, dichter bij Land's End willen overnachten maar die zat potdicht vanwege de mist.
Deze camping zal in het hoogseizoen propvol staan met mensen die willen wandelen, klimmen, surfen en kajakken. Maar nu was het heerlijk rustig; we zochten zelf een plek op de boomloze groene weide en meldden dat aan de boer die een uur later kwam dan zijn boodschap op de deur aangaf.

De boer en zijn vrouw wezen ons op het Minack Theatre in de buurt, dat we volgens hen beslist moesten bezoeken.  We hadden wel verwijzende bordjes gezien langs de weg, maar hadden geen idee waar het om ging. Gelukkig hebben we hun raad opgevolgd want dat Minack Theatre is werkelijk uniek in z'n ontstaansgeschiedenis, locatie en beheer.

Een citaat van de site waarop veel meer te zien is dan dat ik hier kan weergeven, maar in één zin vertelt waar het om gaat.

"From 1931 until she died in 1983 the Minack Theatre was planned, built and financed by one determined woman - Rowena Cade."




Het theater en de tuinen zijn niet altijd voor bezichtiging toegankelijk omdat er regelmatig voorstellingen en speciale vertelochtenden zijn. Wij hadden geluk dat het open was.
Je kunt het je nauwelijks voorstellen, maar al het werk is in de beginjaren door twee mensen met de hand verricht. Het cement en beton met emmertjes de helling op- en af gedragen en de rotspartijen met handkracht bewerkt tot wat het nu is.





Met de aanleg van de tuinen is al in de dertiger jaren op bescheiden schaal begonnen. De laatste decennia is extra aandacht aan de beplanting geschonken en daarmee zijn de tuinen voor vele bezoekers het doel van het bezoek geworden. Het staat er barstensvol succulenten die je er niet zou verwachten.
Over een rotstuintje gesproken!




Er waren wel bezoekers, maar geen busladingen vol; ik kon zelfs een foto maken van L. zonder al te veel bewegende storende elementen.
Er liep een trio jonge Japanners rond die elkaar steeds opnieuw (met dus drie maal dezelfde achtergrond) in de meest vreemde poses moesten vastleggen. Twee jongens en een meisje, het meisje was voorgangster en de jongens deden haar na. Wij hadden niet de indruk dat ze wisten waar ze eigenlijk waren.




De laatste foto maakt duidelijk waarom de locatie tijdens WO II verboden gebied was, een 'kwetsbare' grens, maar een moeilijk te 'nemen' kust. Een landingspoging is bij mijn weten dan ook nooit door Hitler gedaan, hij stuurde zijn V 1's vanuit het Hollandse gewoon door de lucht de zee over, waarna ze dood en verderf aanrichtten.



24 september, 2012

PECHDUIVELTJE...



Op de terugweg uit Cornwall, op de A27 in de buurt van Chichester, East Hampshire in Zuid-Engeland, kwam ons stoere 'Huuske' tot stilstand. We hoorden een geluid alsof alle banden in één keer leegliepen en de auto begon raar te bewegen. Juist op dat traject waren er geen vluchtstroken; de driehoek tussen rijbanen en invoegstrook was de enige plek waar ik onze camper betrekkelijk veilig kon 'parkeren'. Er bleek niets met de banden aan de hand te zijn, maar ik kreeg de L200 niet meer van z'n plaats. We belden meteen de ANWB alarm centrale, die adviseerde 112 te bellen omdat we niet 'ongevaarlijk' stonden. Door een misverstand over de locatie duurde het drie uur voordat de politie ons gevonden had.






De agente bestelde een sleepwagen die ons naar zijn thuishaven bracht. Die rit heen en terug over de A 27 duurde ook weer een uur, het was al donker toen hij ons op een plek had neergezet waar we ook konden overnachten.




Na onderzoek de volgende morgen bleek er iets in de versnellingsbak kapot te zijn. Dat betekende een aantal dagen werk voor de garage en voor ons het op zoek gaan naar een hotel om te overnachten. Van de garage kregen wij een C1 te leen om mee rond te rijden, een grandioos gebaar want meestal moet je in zo'n geval gaan huren. Na het uitbouwen van de motor en de versnellingsbak is die laatste door een gespecialiseerd bedrijf opgehaald om gerepareerd te worden.




Na drie overnachtingen op verschillende adressen konden we op vrijdag rond 11 uur in de morgen de auto weer ophalen. Na een half uurtje wachten kregen we te horen dat alles er weer inzat, maar dat de monteurs de bak niet in z'n eerste konden schakelen! Het revisiebedrijf werd weer gebeld om het euvel te verhelpen.(Dat bedrijf zat een uur rijden van de garage af.) Maar de man heeft het voor elkaar gekregen en om 5 uur(!)konden we weer rijden.
Dat het uit- en inbouwen van een versnellingsbak ook in de cabine de nodige ellende geeft is op de laatste foto goed te zien.

Een geluk bij een ongeluk is dat het net gebeurde op een stuk vlakke snelweg en niet op één van de vele smalle wegen omzoomd door hoge 'hedgerows' waar wij twee weken lang overheen reden, of in de smalle drukke straatjes van St.Ives die ook nog eens behoorlijk steil zijn.



20 juli, 2012

GARAGEDEUR



Het gebouw op de foto lijkt mij een kerk . Een Godshuis hoog en droog midden in het dorp. De toren en het schip zijn uit verschillende perioden zo te zien en lijken los van elkaar te staan. Het gebouw rechts is de Mairie. Het plein voor de kerk is leeg, net zo leeg als de ramen in het schip. Die rust kan bedrog zijn of liggen aan de donderdagavond dat ik er langs kwam. Het lege podium verscholen achter het blauwe zeil beloofde een doorbreken van de stilte.
Het podium is tijdelijk, de garagedeur niet. Het stuk muur waar de garagedeur in zit is gebouwd als het verlengde van de oude muur, maar kan er niet aan tippen en doet kunstmatig aan.
Het lijkt mij dat de oude muur ooit doorliep richting Mairie, maar vanwege gebrekkig onderhoud of molest geruimd is ten behoeve van een garage voor de burgemeester of als opslagruimte voor het jaarlijks terugkerende muziekspektakel.
Als ik een rondje om de kerk had gedaan, dan wist ik nu of de toren los staat van het schip of niet. Ik had ook over het lage stukje muur kunnen kijken om te zien wat er achter de garagedeur zit. Maar ik was niet nieuwsgierig genoeg. De meeste vragen kwamen pas tijdens het schrijven van dit stukje. De wonderlijke plaats van de deur deed mij de foto maken.



14 juli, 2012

WEER ALS NIEUW




36 m2 vloer schuren en lakken, tot een aantal jaren terug zou ik er zelf aan begonnen zijn en dagen lang in stof en ellende gezeten hebben. Die 'doe het zelf tijd' is voor mij voorbij. Deze man, zijn naam is Louis deed het in twee dagen met professionele  machines.


De vloer ligt er pas dertien jaar in maar was op een aantal plaatsen behoorlijk kaal gelopen en vervuild. Van de oorspronkelijke lichte houtkleur was weinig meer over. Al na de eerste grove schuurgang liet het Berkenhout zich weer zien.


Niet overal kon Louis met de grote machine terecht, onder mijn buroblad bracht de 'kantenschuurder' (met eigen lampje) uitkomst. De hoekjes deed hij met de verfkrabber en een stukje schuurpapier.

Van het lakken zijn we helaas vergeten foto's te maken, maar de eerste laag watergedragen twee componenten lak deed hij met de 'spatel', snel en efficiënt. Het kale hout zuigt de lak in no-time op. De tweede laag met een grote roller, dan weer licht opschuren en de derde laag ook weer met een roller.
Ik had het niet beter en zeker niet sneller kunnen doen. 
Twee volle dagen hebben we de lak met rust gelaten, nu staan alle meubels, voorzien van viltjes weer op hun plek en genieten wij van een bijna nieuwe vloer.

13 juli, 2012

WAAROM...


Waarom toch zetten mensen tuinen vol met kabouters, paddenstoelen, ganzen, molentjes, paardjes en mennende mannetjes in wonderlijke verhoudingen? Waarom hangen sommige chauffeurs hun cabine vol met prullaria die 'moeders thuis' niet in huis zou dulden? Waarom hing de man die ik deze zomer zag z'n Harley vol met alle maten teddybeertjes? Welke nostalgische gevoelens lagen ten grondslag aan de uitstalling die een Duitse camperaar maakte op z'n ruime dashbord zodra hij op z'n plekkie stond? 
Ik weet het niet en ik begrijp het niet.

Soms denk ik dat het iets met bijgeloof te maken heeft of slechts een uit de hand gelopen hobby.
Het kan ook te maken hebben met een verlangen naar contact, het bedoeld of onbedoeld aanbieden van een gespreksonderwerp.


Op boten had ik het nog nooit gezien, tot een maand geleden. 
Schippers willen over het algemeen een schoon en overzichtelijk dek, geen losliggende lijnen of andere zaken waarover je je nek kan breken.

De schipper van deze boot ligt denk ik vaker in de haven dan dat hij vaart, de figuurtjes zaten vastgeplakt aan dek en zouden onder moeilijk omstandigheden behoorlijk in de weg zitten. 

Aandacht trokken ze wel, althans mijn aandacht. Zo te zien krijgen ze elk jaar een vers likkie verf en zullen ze hun 'baasje' tot in lengte van dagen bijstaan.

08 juli, 2012

Tuinbonen

Wij kunnen het ons niet voorstellen, maar er zijn mensen die niet van tuinbonen houden. Wij zijn dol op die niervormige bonen, gedopt, dubbelgedopt of nog in de schil.
De inhoud van de peul kan nogal verschillen in aantal en maat van de bonen. Kleine boontjes zijn eerder gaar dan grote exemplaren, dus moet er gesorteerd worden. Dat sorteren gaat op het oog en is vingerwerk, maar voorkomt dat kleine boontjes kapot koken terwijl de grotere nog niet gaar zijn. Er gaat niets boven vers geplukte boontjes maar we kunnen niet alles in één keer opeten daarom gaat het teveel gedopte de diepvries in.


02 juli, 2012

Tunnel Mont de Billy



Bij de sluis staat een wonderlijk, klein locomotiefje. Het goed in de verf gezette machientje staat op amper vier meter rails. Als monument van voorbije glorie. Ik heb geen flauw idee wat het daar te zoeken heeft.
Op mijn rondje door het dorp zie ik door een gat in de muur een stapel verroeste smalspoorrails liggen en een stap verder de overgroeide resten van trein onderstelletjes.




Locomotieven en boten komen wel vaker bij elkaar. Tussen Denemarken en Duitsland vaart een veer waarop de trein als passagier plaats neemt, maar vaker is de locomotief een trekpaard, een constante kracht die met gestage tred schepen van A naar B versleept. Van Panama kanaal tot diep in de Ardennen.
Deze geredde locomotief heeft waarschijnlijk ooit over de rails gereden die ik door het gat in de muur zag. 








Pas op het einde van mijn rondje zag ik het bord met uitleg. Niet dat ik alles begrijp, zeker niet de Franse tekst, maar in grote lijnen is het duidelijk.
Ergens in de buurt (waarschijnlijk zeer dichtbij) moet een tunnel zijn, een tunnel waar het kanaal tussen de L'Aisne en de Marne doorheen loopt. 'Tunnel Mont de Billy', ruim twee kilometer lang.
Het kanaal en dus ook de tunnel werden vroeger druk bevaren door de beroepsvaart. De tunnel had geen ventilatiesysteem, uitlaatgassen van scheepsmotoren, maar ook van diesellocomotieven bleven dus hangen en dat was voor niemand prettig. De oplossing was een elektrisch aangedreven locomotief en wel de CGTVN E 1601.




Voor mij is niet duidelijk waar die locomotief zijn stroom vandaan haalde, want een bovenleiding of derde rails heb ik niet gezien.
Hoe dan ook, die locomotief trok de schepen door de tunnel zonder dat iemand het begaf door het inademen van giftige gassen.
Beroepsvaart heb ik op het kanaal niet gezien, maar pleziervaart des te meer. Ook die scheepjes draaien op dieselolie en stoten dus uitlaatgassen uit, maar het locomotiefje staat aan de kant. Hoe komen ze er dan doorheen? Ik ben vergeten het te vragen aan de schippers die er lagen, zij hadden mij het antwoord kunnen geven. Niet in het Frans, maar in het Hollands, want Hollanders lagen er genoeg.


22 juni, 2012

ETALEREN



Etaleren is een vak, een vak dat in een beroepskeuzetest voor mij werd aanbevolen. Gelukkig ben ik het nooit geworden.
Een winkelier wil in een etalage tonen wat hij te bieden heeft, in het Europese westen hebben etaleurs er zo hun eigen draai aangegeven en is de etalage wel een aandachtstrekker geworden, maar producten die binnen te koop zijn, zijn slechts summier aanwezig. De 'Premsela etalages' van de Amsterdamse Bijenkorf waren daar een goed voorbeeld van.

In het oosten en noorden van Europa waren tijdens het communisme etalages een decadente uitspatting van het westen. In West Berlijn is toen het KDW, Kaufhaus des Westen opgericht om de 'Ossies' de ogen uit te steken. De Bijenkorf valt daarbij in het niet.

In Finland hebben wij lang lopen zoeken om een warenhuis te vinden, zij bleken verscholen achter blinde gevels. Door anderen te volgen kwamen wij binnen. Een enkele winkel had een etalage, vaak niet groter dan anderhalve vierkante meter.

In Tsjechië kwamen we deze uitstalkast tegen ( Hojanovice) waarin de winkelier gewoon laat zien wat er binnen te koop is. Geen overbodige mooidoenerij, maar een vliegenmepper, mesje, tuinhandschoenen en haar- clips gewoon tussen de kinderkleding, damesslipjes, bh's en tekensetje.

De Drogerie was gesloten dus het interieur hebben wij helaas gemist.

Op een paar honderd meter afstand van deze winkel hebben wij in een hotel-restaurant een warme Tsjechiese lunche genomen die ons uiteindelijk niet echt beviel. Ook de (jonge) bediening was niet erg toeschietelijk. Onaardig en niet echt geïnteresseerd, zo van: "wat komen jullie hier doen?" Maar de prijs was ongelooflijk laag: € 6.50 voor twee maaltijden en bier, het uurloon moet behoorlijk laag liggen.

Gelukkig hebben wij het ook anders meegemaakt en echt niet alleen in de toeristencentra.





20 juni, 2012

TREKKER



Het zag er niet naar uit dat er recent met deze trekker gewerkt was, maar het gras er onder was wel gemaaid.
De avond en nacht die wij op deze prachtige camping doorbrachten was verre van rustig te noemen. Ik stond net buiten twee vers (één welgemikte tik met een stok en het leven verdween) gekochte forellen schoon te maken toen het noodweer losbarstte. In het droge Huuske heeft L. er een fantastische maaltijd van gemaakt.
De trekker stond ook buiten en zal dat waarschijnlijk ook altijd doen. 
De camping is in Hollandse handen, de trekker waarschijnlijk ook. Maar de stoere trekker is ontegenzeggelijk het product van Tsjechiese zelfbouw, een vorm van zelfbouw die we in het westen niet of nauwelijks tegenkomen maar waar ik 'snotterend' van kan genieten. De man of vrouw die dit voertuig in elkaar heeft gezet heeft in ieder geval aan de buitenkant geprobeerd er iets van te maken.
In de 'cabine' onderdelen van gesloopte auto's, de bedrading was wat slordig en de zitting meer dan 'sleets', maar waarschijnlijk zal het gaan rijden mits je de juiste draden tegen elkaar aan houdt.



15 juni, 2012

CESSNA 172 OK-VKF




De behoefte om zelf te leren vliegen heb ik nooit gehad, maar alle vormen van 'het door de lucht voortbewegen' heeft altijd mijn interesse gehad.
In het restaurantje van de Euro Air Camping bij Vrchlabi in Tsjechië spraken wij een Hollandse man die 'voor geen goud' in een vliegtuig zou stappen. De best aardige camping was gesitueerd op het terrein van een vliegschool, het vernieuwde sanitair met nog herkenbare trekjes van het vorige bewind was nog niet af, waarschijnlijk zal het nog lang in dat stadium blijven.
Aan de andere kant van de weg was het een komen en gaan van sportvliegtuigen. Bekende modellen, maar ook wonderlijke zelfbouw 'kisten'.
We vertelden de man in het restaurant dat we van plan waren een rondvlucht te maken om het landschap van bovenaf te bekijken. Bij het idee alleen al zat hij te huiveren.
Volgens het bord en de folders bij het vliegveldje zou het mogelijk zijn tot 18.00 uur te boeken, maar toen wij dat om 17.00 uur probeerden was het toestel al opgeborgen en de piloot naar huis. De volgende morgen was het grijs weer en de man waarbij je moest boeken in geen velden of wegen te zien. We besloten ter plekke in ons Huuske te ontbijten en af te wachten.
Er stopte een auto met CZ nummerbord waar een ouder echtpaar uitstapte, de man vroeg ons in het Duits of er iemand was en of wij een rondvlucht wilden. Na ons bevestigende antwoord stapte hij resoluut het terrein op en verdween in een hangar. Na een minuut of tien kwam hij terug en zei dat de piloot ons zou komen halen. De piloot was een aardige zestiger die een paar woorden Duits sprak maar nog minder Engels, wat toch vreemd is voor een vlieger. Aan het neuswiel trok hij een Cessna naar buiten en hielp hij ons met instappen. Na enig geharrewar hadden wij de heupgordels om en startte hij de motor. L. had op de achterbank het rijk alleen en ik moest mijn benen 'kort' houden om niet per ongeluk de pedalen te beroeren. Hobbelend taxieden wij naar het begin van de grasbaan. Een kort radiocontact en een blik naar alle kanten en de rondvlucht kon beginnen. De startbaan liep een beetje helling af waardoor de aanloop kort was. Het stijgen van een sportvliegtuigje geeft mij altijd het gevoel van een 2cv die de helling niet opkomt. De allereerste keer dat ik in zo'n ding mee vloog vertrouwde ik het ook voor geen cent en dacht eerder terug te vallen dan hoger te komen. Nu weet ik beter maar heb nog steeds de neiging 'even te helpen duwen'.
De piloot vertelde dat we vlogen in een Cessna 172, een veel gebouwd en betrouwbaar toestel. Het zicht was niet optimaal, maar er was genoeg te zien. Al klimmend verzeilden we in de wolken en liet het zicht door de ruit te wensen over, maar de piloot gaf geen krimp. We vlogen naar de toppen van de ons omringende beboste bergen en daalden af naar de Skoda fabrieken. Wij voelden ons dwergen boven het Reuzengebergte. Een half uurtje is zo voorbij, voor we het wisten werd het gas teruggenomen en zakten we weer terug naar de grasbaan. Weer een mooie ervaring rijker. Op de grond vertelde de piloot trots dat hij al vanaf zijn veertiende vloog, hoeveel uren en hoeveel starts. Begonnen met zweefvliegen, dan 'onder dienst' zijn brevetten gehaald en militair gevlogen, waarschijnlijk ook in een Yak, ik ben vergeten het hem te vragen. Nu doet hij rond- en zakelijke vluchten en nog steeds met heel veel plezier. We verstonden elkaar niet best maar begrepen elkaar des temeer.

21 mei, 2012

NEST van FITIS (Phylloscopus Trochilus)



Een week of twee geleden zag ik op mijn dagelijkse ochtendwandeling op één van de landjes langs het pad een klein grijs vogeltje driftig in de weer met nestmateriaal. Met een snavel vol verdween hij keer op keer op dezelfde plek in het hoogstaande onkruid. In de droge periode 'plukte' hij gras/hooi van de grond, na een bui haalde hij het uit het gaas van de afscheiding waar het tijdens hoog water in was blijven hangen. Na een aantal keren goed opgelet te hebben zag ik dat hij nog geen halve meter van de grond, tussen de Fluitenkruid-stengels aan het bouwen was. Ik dacht eerst aan een Grauwe vliegenvanger, maar die maakt z'n nest niet zo laag. Bovendien was het vlieggedrag anders. Na enig speuren in de boeken kwam ik uit bij de Fitis. Na de eerste hoosbuien van de vorige week ben ik naar het nestje wezen kijken en zag dat het totaal verwaaid en verregend was, wel lagen er drie eitjes in. Vandaag, na weer hevig onweer van vannacht bleken de eitjes verdwenen en stond het holletje vol water! Zo goed isoleren die donsveertjes dus! Geen enkele kans dus dat het opnieuw in gebruik genomen zou worden. Ik heb het doorweekte bouwsel meegenomen om te kunnen laten zien.
Het toeval wil dat in een struik tegen de gevel van ons huis, ook heel laag een andere Fitis een nest heeft gemaakt, dat hangt er na alle buien nog steeds! Nooit eerder zagen wij die kleine vogeltjes in de tuin, of het moet zijn dat wij steeds die Fitissen voor Vliegenvangers aanzagen.

02 mei, 2012

Monument voor een verzonken stad, 1981









De stad is trots op - en koketteert met - haar kunstbezit. Maar wie is de stad? Zijn dat de bestuurders, de bevolking of een husseltje van die twee? Als kunst niet in de smaak valt of in de weg staat, blijkt de waarde van het werk nihil en de houdbaarheidsduur beperkt.

In 1979 kreeg ik van de Gemeente Amsterdam de opdracht tot het maken van een schetsontwerp voor een locatie in het het Frederik Hendrikplantsoen. De toenmalige adviescommissie in samenwerking met vele vertegenwoordigers vanuit de buurt (bewoners en school) kozen op basis van documentatie voor mijn werk. Zij konden kiezen uit 10 van de 31 ingezonden mappen. Eind 1980 kreeg ik de opdracht tot uitvoering van mijn ontwerp. De oplevering was 2 juni 1981, het budget fl.60.000,--









Om de juiste maat en plaats te kunnen bepalen, maakte ik van plaatmateriaal een model op ware grootte. Het aardige was dat een groep kinderen van de school niet alleen nieuwsgierig was tijdens ons 'geschuif', maar zich ook bij het beeld meteen 'thuis' voelden.

In 2000 verscheen er opeens een skatebaan binnen 10 meter van mijn 'Monument voor een verzonken stad', waardoor het zicht door en om het beeld totaal verdween.
Na een begonnen rechtszaak die in mediation uitmondde, beloofde de gemeente dat bij toekomstige wijzigingen van de nabije omgeving van het kunstwerk, de belangen van de kunstenaar meegewogen zouden worden.

Nu, slechts twaalf jaar verder, gaat het plantsoen weer op de schop en wordt mijn werk bedreigd. Het is niet de gemeente die mij informeerde, maar een betrokken bewoner. In één van de verslagen die ik onder ogen kreeg staat letterlijk: "Het kunstwerk dat voor de school staat, kan daar weg", pats, boem!
De man of vrouw die de opmerking maakte (geen idee wie het was) beledigt niet alleen mij als maker maar ook de mensen die voor mijn beeld kozen.
Het lijkt mij niet dat de gemeente zijn gedane belofte nakomt, volgens de overeenkomst van 5 juli 2001 kan de benadeelde partij bij de bevoegde Rechter te Amsterdam nakoming eisen.

Ik denk dat ik weer een drukke tijd tegemoet ga.

20 april, 2012

SMILE PLEASE...



Kijk mij eens vriendje zijn.

Foto's van Rutte met zijn hand op de schouder van een 'vriend' moeten ons doen geloven dat wij in een goed draaiende samenleving vertoeven, maar de afstand tussen arm en rijk wordt steeds groter. De voedselbanken kunnen de vraag vaak niet meer aan en vette bonussen blijven gegeven worden. Bij een vorige foto lag de hand van Rutte op de schouder van een man die kunst en cultuur als een 'linkse hobby' typeerde. De man met verstand van zaken en de meer natuurlijke uitdrukking op zijn gezicht, wist fijntjes te vertellen dat kunst en cultuur van oudsher een rechtse hobby is. De rijken der aarde waren de opdrachtgevers van de muzen en zullen dat als het aan Joop ligt weer zijn. De van links naar rechts zwabberende overheid mag toekijken en schaapachtig lachen.

De vette lach en de amicale handen van Mark zien we wel erg vaak op de voorpagina van de dagbladen. Niet dat een politicus niet mag lachen, graag zelfs, maar dan wel, welgemeend. Natuurlijk is het zo dat fotografen ensceneren en alles doen om de geportretteerde goed over te laten komen, maar enige eigenwaarde en een gelovenswaardige  uitstraling  mag je van een politicus op het niveau van Mark toch wel verwachten.