Pagina's

25 oktober, 2010








I N W O N I N G




In februari 2009 maakte ik een nestkast voor zwaluwen en hing die onder het overstekende riet van het dak. Deze zomer zag ik dat er enkele weken lang hommels het kastje in- en uit vlogen terwijl één hommel steeds in de buurt van het vlieggat de wacht hield, vreemde hommels werden weggestuurd. Een vogeltje heb ik nooit met nestmateriaal naar binnen zien vliegen.
Vandaag besloot ik het kastje schoon te maken (ik hoop nog steeds op zwaluwen) en schroefde de voorkant los. Dat losschroeven was geen probleem, maar er zat iets binnenin dat het loshalen bemoeilijkte. Met een draaiende beweging kreeg ik het front los zonder te veel van de inhoud van de kast te beschadigen. Er bleek wel degelijk een gebruikt vogelnest in het kastje te zitten, het zat boordevol nestmateriaal en restanten van eitjes. Aan de vorm van het nest te zien lijkt het op een huisje van een Winterkoning, maar het restant eischaal is daarvoor te groot.
Aan de zijkant van het nest, tussen het nestmateriaal van de eerste gebruiker en de voorkant van het kastje zit het werk van de in en uit vliegende hommels: een nest! Dat wil zeggen een zeer groot aantal, dicht opeen en aan elkaar vast gesponnen coconnetjes waarin gele larven overwinteren om - normaal gesproken - in het voorjaar weer als hommel uit te vliegen. Maar hommels hebben we echt genoeg, de inhoud van het nestkastje ligt nu op de composthoop; misschien dat er van het voorjaar nog een paar weten te ontsnappen.










23 oktober, 2010







W A L N O T E N O L I E



Na ruim een dag met de hamer rake klappen uitgedeeld te hebben, heb ik nu een emmertje met meer dan 2 kilo gekraakte walnoten.(Ik heb nog even overwogen om een notenkraakmachine te bouwen, maar het verschil in maat van de noten was voor mij een onoverkomelijke hindernis.) Van de gekraakte noten wil ik olie maken met de PITEBA pers waarover ik op 1 april een stukje schreef. Het persje heb ik cadeau gekregen van goede vrienden.

Vandaag heb ik een eerste poging ondernomen en heb inderdaad nu een paar cc walnotenolie in een potje. Helemaal vlekkeloos liep het niet: na een paar ons noten uitgeperst te hebben, ben ik gestopt omdat het vlammetje dat de persbuis moet verwarmen veel te veel roet gaf en buiten zijn 'schoorsteen' ook ging branden. De boel wordt kennelijk veel te heet. Bovendien ging het verschrikkelijk stinken in huis, maar het werkt wel!

De noten heb ik in de keukenmachine kleiner moeten maken, anders verstopten ze de trechter.

Voor ik een tweede poging onderneem, zal ik wat gaan sleutelen aan het op zich prachtige instrument.
Voor de vultrechter moet ik iets stabielers vinden, nu wordt hij door de pulp omhoog gedrukt. En van het zwengelen krijg ik een lamme arm, daar moet een motortje met vertraging op. Als laatste moet er een andere lampolie in, die minder walmt.

Als ik dat gerealiseerd heb, ga ik weer persen en ik hoop dan van die twee kilo noten zeker een liter olie te krijgen.

20 oktober, 2010




DE GEUR VAN KOLEN EN STAAL



Het zou mij niets verbazen als het over een jaar of 10 mogelijk zou zijn als toerist af te dalen naar de plek waar mijnwerkers maandenlang opgesloten hebben gezeten. En beneden zijn dan ook toiletten, is er een restaurant en een balie waar souvenirs en het nodige drukwerk te koop is.

Als je als toerist rondloopt op het terrein van een opgeheven kolenmijn zoals het Zollverein bij Essen en op loopbruggen door de voormalige kolenwasserij drentelt en het kolenstof nog steeds in de neus te voelen is, krijg je respect voor de mannen die daar ooit werkten, maar dringt de schaamte zich ook op. Het waren barre omstandigheden gepaard met altijd aanwezige angst, angst voor de dood aangekondigd door een van z'n stokkie vallend vogeltje of gerommel in de verte. Maar ook bovengronds was voor de werkers het gevaar altijd aanwezig: een knappende kabel, een te schielijk geopend luik of een scheur in de altijd maar doorrazende transsportband. De gehanteerde technieken waren fantastisch maar niet altijd even veilig en gezond. De meeste mijnen in het westen zijn daarom (tot nader order) gesloten.

Nu stap je als argeloze bezoeker op de eerste trede van Europa's langste roltrap (58 m) en glijdt moeiteloos omhoog om op 24 m hoogte bij de kassa een kaartje te kopen om het in de voormalige kolenwasserij gevestigde museum in te mogen. Voor mij waren niet de in vitrines uitgestalde curiosa van belang - hoewel daar best leuke vondsten in waren te zien - maar was de loop door die tot zwijgen gebrachte machinerie een waar feest van herkenning.

Zo'n vijfentwintig jaar geleden had ik het voorrecht om de walserij van de Hoogovens in Velsen te mogen bezoeken. Daar zag ik hoe een rood/geel gloeiende balk staal in een razend tempo tot een lange, dunne plaat geplet werd om tenslotte in één moeite door tot een rol gedraaid werd. Dat ging wel eens mis werd ons verteld, de plaat schoot dan door en suisde als een mes over de werkvloer om als gegolfde plaat tot rust te komen.

Die lucht van toen herkende ik in Essen.







18 oktober, 2010



WAKA MAORI




In het Museum voor Volkenkunde te Leiden is gisteren een tentoonstelling over de Maori (spreek uit Mauri niet Ma-ori) geopend.
De Maori's zijn de ontdekkers van Nieuw Zeeland, zij kwamen in hun Waka's uit polynesië en noemden het land 'Aotearoa', het land van de lange witte wolk. Op de site van het museum is te lezen welke rol de Waka in het leven van de Maori's speelt en waarom deze twee nieuw gemaakte Waka's naar Nederland zijn gekomen.




Eén van de boten werd geroeid door Maori's, de andere door leden van de Koninklijke Studenten Roeivereninging "Njord". De aankomst van die boot met verkleumde blanke borsten en op de achtergrond een molen levert een wel zeer Hollands plaatje op.




Overigens is het portret op de uitnodiging niet typisch Maori, de mannen hieronder wel.




Het leuke was dat aan de overkant van de gracht meer mensen stonden dan aan de kant van het museum, dat vanwege de aanwezigheid van de heer P. van Vollenhoven (hij hield een leuke toespraak) alleen toegankelijk was voor genodigden. Vanaf de overkant was de ceremonie veel beter te zien. Bij de laatste HAKA, uitgevoerd op het ponton, dansten Maori's uit het publiek spontaan mee. De tentoonstelling hebben wij uiteindelijk door tijdgebrek niet gezien.

17 oktober, 2010


ZANGLIJSTER
TURDUS PHILOMELOS





Deze prachtige zanglijster zal niet langer meer ons grasveldje afstruinen naar lekkere hapjes, maar zelf een hapje worden voor de maden die niet veel van hem over zullen houden.
Hij lag zomaar dood op het pad, zonder enige zichtbare verwonding of volgezogen teek.
Gelukkig hoeven wij zijn gezang niet te missen, er zijn er nog een paar die onze tuin tot hun territorium hebben verkozen.

16 oktober, 2010


ROSENKOHL MIT KASTANIEN



Zo'n dertien jaar geleden raapte ik bij Museum Insel Hombroich een aantal tamme kastanjes. Die stopte ik in een potje en kweekte ze op. De mooiste twee plantte ik een aantal jaren terug op ons landje aan het water, het zijn nu bomen van een meter of vier hoog. Vorig jaar gaven ze zo'n anderhalve kilo kastanjes die wij zorgvuldig droogden en helaas te lang bewaarden. Toen ik ze in de haard op een gietijzeren koekenpan liet 'poffen' bleken ze taai en oneetbaar. Dit jaar raapte ik zo'n zes kilo (wat ik veel vind voor zulke jonge bomen) en aten we de eersten (gepoft) na een paar dagen drogen; het blijken zeer smaakvolle zoete kastanjes te zijn. Afgelopen week waren we weer in Duitsland, eerst bij Essen om een bezoek te brengen aan Welterbe Zollverein en daarna even toeren door de Eifel, waar we voor het eerst dit jaar de voorruit van de auto moesten 'krabben'. We kochten bij een super een kilo Rosenkohl oftewel spruiten van een maat zoals je die hier zelden ziet. Een goede bestemming voor een half pond kastanjes was thuisgekomen snel gevonden. Ik mocht de vruchten kruislings inkerven en na het koken pellen. De meesten kwamen goed los. Daarna (zie recept) de kastanjes in gecarameliseerde suiker en bouillon nog even koken en samen met de spruitjes opdienen. Wij aten er nog aardappels en 'Pfeffersteak' bij. Om je vingers bij af te likken.









10 oktober, 2010


S O L O M O N B U R K E




Elk leven is gedoemd te sterven, al willen sommige groeperingen daar niet aan en propageren het eeuwig leven. Dat lijkt mij ingegeven door angst: de angst om dood te gaan.
Afgelopen week zijn er weer heel veel mensen overleden, de een bekender dan de ander. Zij stierven een zelfgekozen dood of werden door Magere Hein overvallen. De dood kan een onverwachte grote schok, maar ook welkom zijn , het verdriet is hetzelfde. Zaterdag hadden wij een crematie van iemand die mijn lief zeer nabij stond en vandaag las ik dat op Schiphol Solomon Burke was overleden op weg naar een optreden in Paradiso. Tussendoor benam een jonge acteur zichzelf van het leven.
De overeenkomst tussen deze drie mannen is dat ik ze niet persoonlijk gekend heb, dat wil zeggen de eerste een beetje, maar de twee anderen helemaal niet.
Verdriet heb ik niet, daarvoor was de afstand te groot, maar een brok in mijn keel is er voor ik het weet.
En dat mag, net als huilen.

06 oktober, 2010






BROEM-cursus




Zoals bijna elke automobilist, dacht en denk ik dat ik het goed doe in het verkeer, maar zeker weten doe je dat nooit. Een paar maanden terug viel er een enveloppe in onze bus: een brief van de gemeente Aalburg in samenwerking met Veilig Verkeer Nederland. De brief kwam van de VVN (Veilig Verkeer Nederland), Altena Projectgroep 'BROEM' (Breed Overleg Ouderen en Mobiliteit) en was gericht aan inwoners van onze gemeente van 60 jaar en ouder met rijbewijs en auto, maar ook aan bezitters van een brommobiel. De brief is een uitnodiging aan oudere verkeersdeelnemers om zich in te schrijven voor een zogenaamde BROEM-cursus.




Omdat het goed is te weten of onze ideeën omtrent ons rijgedrag en onze kennis van de verkeersregels zijn zoals wij denken, schreven wij ons in voor de cursus.
Vandaag was het zover, om acht uur stonden we paraat met ieder de eigen auto. De groep van een stuk of zesendertig zestig plussers, het merendeel mannen (de jongste nog geen zestig en de oudste drieentachtig) werd verdeeld over drie tafels met geel, blauw en rood. De ochtend was in drie delen opgesplist zoals in de tekst hierboven omschreven. De rit leverde voor ons geen noemenswaardige aantekeningen op, we deden het allebei goed. Bij het theoretisch gedeelte in de vorm van een quiz, die bestond uit plaatjes met tekst en multiple choice vragen, zaten nogal wat valkuilen waar menigeen intrapte. Zo ook wij. Bij een werkelijk examen (waar maar twee fouten toegestaan zijn)zouden we gezakt zijn. Eén van de vragen ging over onderstaand bord J6; in de tekst werd gesproken over daling (dus niet helling) en daar trapten wij beiden in. Bovendien loopt een helling twee kanten op. In de praktijk wijst zo'n bord voor zich, toch?





De reactietest werd afgenomen in een simulator, daar zit je achter het stuur en geeft gas. Op het scherm voor en opzij van je glijdt de weg onder je door, totdat er plots een stopbord uit de weg oprijst. Het is dan de kunst om zo snel mogelijk te reageren en op de rem te trappen. Ik was daarin niet uitstekend, maar met 0,71 sec als gemiddelde wel goed. Ik vond het geen prettige ervaring omdat je helemaal geen beweging voelt. Bovendien speel ik nooit computerspelletjes en hou ik niet van kermisattracties. Over drie jaar komt er weer een BROEM-cursus in onze gemeente, ik denk dat we dan weer meedoen. Niet omdat het zo 'gezellig' is, maar omdat het wel degelijk vertrouwen geeft.

Net op tijd voor de cursus (sinds maandag) heeft L. een Citroën C1 aangeschaft, in het gebruik een stuk voordeliger dan de L200 en groot genoeg voor boodschappen. Ook kunnen we nu eindelijk weer passagiers meenemen want dat mag in de pick-up officieel niet.




04 oktober, 2010




S T E E F


© Eric Kampherbeek


Op Frontaal Naakt kwam ik een prachtig stuk tegen met de titel 'OVERLAST'; het bleek geschreven door Jeroen Stam. Onderaan het stuk staat dat hij ook een uitgeverij heeft met de naam Boeken aan Zee. Eén van de door hem uitgegeven boekjes heet STEEF, dat hij maakte samen met fotograaf Eric Kampherbeek. STEEF gaat over een hardwerkende man die door omstandigheden op straat komt te staan en onder een stukje plastic in het park slaapt.
Ik heb dat boekje besteld, bekeken en gelezen en kwam tot de conclusie dat het een zeer waardevol document is dat in de boekenkast van géén van mijn vrienden zou mogen ontbreken.
Het is goed verzorgd, goede teksten en zeer fraaie fotografie. Het is een boek dat vele bestuurders aan het denken zou kunnen zetten.

Het is een grof schandaal te ontdekken dat je niemand meer bent zodra je jouw gegevens kwijt bent, of ze nu gejat, gestolen, weggegooid, simpelweg kwijtgeraakt of verbrand zijn.
Zonder het papieren bewijs van wie je bent, besta je doodeenvoudig niet meer en heb je geen enkel recht. En dat terwijl elke ambtenaar op zijn scherm kan zien (dankzij het bsn) dat wat jij hem vertelt, klopt!

Laten politici daar maar eens een oplossing voor vinden.
Er is iets goed fout in onze bureaucratische democratie!

Bestel het boekje en huiver.




Een stukje uit de tekst.

30 september, 2010

E G E L _ D R O L



De laatste weken heb ik meerdere van dit type drollen in de tuin gevonden. De eerste vond ik op de oprit, dicht bij de weg en dacht ik met een hondendrol te maken te hebben. De tweede lag midden op een grasveldje en deze op de tegels van ons zitplaatsje dicht bij een vogeldrinkbak. De drol is over de grootste lengte ± 8 cm en glimmend grijs/zwart van kleur. Steeds van dezelfde wonderlijke 'geknikte' vorm.

Volgens het POEPBOEK zou het van een egel kunnen zijn en dat zou kunnen want daar lopen er meerdere van in de tuin rond. Meestal vind ik van egels wat kortere en donkerder exemplaren, zoals ze ook in het POEPBOEK te zien zijn. Misschien dat het natte weer en daardoor zeer veel slakken de oorzaak zijn van deze iewat slappe drol.

Als iemand een andere suggestie heeft hoor ik het graag.