Pagina's

18 januari, 2009

DE OMKEER FILOSOFIE


Er waren, toen ik met het sieraden metier in aanraking kwam, al zo ontzettend veel goed draagbare sieraden gemaakt dat ik geen enkele behoefte had daar nog meer aan toe te voegen. In de B.O.E. periode heb ik een aantal ondraagbare sieraden gemaakt waaronder deze vier perspex ringen. Eigenlijk is het een stripverhaaltje, de 'steen' van de ring buigt zich langzaam naar de scheen en duikt erin waardoor de ring ondraagbaar wordt.




Ze zaten geplakt in een koffer met reflecterende bodem samen met nog een stel andere ondraagbare ringen. Dat waren halve ringen die door de spiegeling één werden. De koffer was te zien op een tiental tentoonstellingen van de B.O.E. Het is denk ik nooit begrepen, er is nooit één woord over gezegd of geschreven. Zo maakte ik ook een ring voor een jubileum van galerie RA, beschreven in de tekst van Galerie Marzee. De opdracht was: iets te maken wat binnen 4x4 cm paste. Ik zaagde een stuk steen op maat en boorde er een gat in, dat gat beplakte ik met bladgoud en de omgekeerde ring was geboren! Het kistje is ook van mijn hand. Wat niet te zien is, is dat wat op de foto de deksel is met een perspex plaat kon worden afgesloten zodat alles keurig op z'n plaats zou blijven. In eerste instantie gaven zich niet genoeg deelnemers op om de kist te vullen, vandaar mijn bijdrage. (Ik was geen exposant bij RA.) Later kwam er toch nog meer binnen maar toen was het kistje al vol.




In 1986 vroeg Galerie Marzee mij voor een tentoonstelling in de toen nog kleine galerie in Nijmegen. Zij maakte toen een reeks tentoonstellingen waaraan een mutiple verbonden was. De exposant - van welke discipline dan ook, maar meestal sieradenmaker - werd gevraagd een multiple te maken in een oplage van 20 stuks. Ik maakte een draagbaar sculptuurtje van hout, verpakt in een klein 2 mm triplex kistje. Eén exemplaar was voor Marzee, een ander werd verkocht. De eigenaren omschrijven het als volgt: Een minutieus rasterwerk van dun blank hout (verlijmd). De 21 vakjes zijn van binnen met bladgoud afgezet. Er is één geel blokje dat in een willekeurig vakje geschoven kan worden. Aan dat gele blokje is de steekspeld bevestigd. Het sieraad is in een oplage van 20 gemaakt (wij hebben nr. 2). Als je zou willen, kan het sieraad ook neergezet worden als een klein object (maten van het sieraad zijn 14 bij 5). Voor het sieraad is een bijbehorend elegant grijs houten doosje gemaakt. Het deksel ligt niet op de zijkanten, maar valt in de zijkanten ! Het rasterwerk van het sieraad komt “voorzichtig” terug in de deksel van het doosje.

" We zien jou als een grote forse man met - denken wij - dito handen. Het is dan ook niet voor te stellen dat je zoiets kleins zo precies kan maken met - dat moet wel - veel geduld. Inmiddels weten wij ook uit andere ontwerpen dat je precies bent, geduld hebt en het kunt."


© foto: Hogers/Versluys


Tekst MARZEE

17 januari, 2009




V A A S 1987



In 1987 kregen wij een uitnodiging van Galerie Detail in Groningen om mee te doen aan een tentoonstelling die de titel 'Visie op Vazen' zou krijgen. Ik geloof niet dat wij tot dat moment ooit een vaas gemaakt hadden.
Ik weet niet meer wie op het idee kwam, Marion of ik, maar al brainstormend kwamen we op een 'patat puntzakje' uit. Maar zo'n zakje wil niet blijven staan op z'n punt. Dat probleem kan je oplossen door een houder te maken of door 'm op te hangen. Ik ben verder gaan zoeken en vond de oplossing in het materiaal zelf. Ik ging uit van een strook zink van 100x20 cm, 1 mm dik. Die strook 'wikkelde' ik om een houten vorm, dat klinkt eenvoudig maar het was een zware klus. Die 1 meter lengte heb je nodig als 'houvast' maar ook om een mooie ronding te krijgen. Met een houten hamer maakte ik het uiteinde zo scherp als mogelijk, vervolgens soldeerde ik de naad van de 'tuut' dicht.
De laatste handeling was het moeilijkst, ik moest proberen in één beweging het restant van de strook zink zodanig om te buigen dat de vaas kon staan.
Dat is mij slechts één keer goed gelukt, de eerste keer! De volgende kreeg ik niet goed, daar heb ik de 'poot' vanaf geknipt en er een hangvaasje van gemaakt. De vorm van de vaas was prachtig, maar de zinkkleur en soldeerresten bevielen mij niet. Als bijna vanzelfsprekend greep ik naar acrylverf, zie ook mijn andere werk uit die tijd. Het zink ontvette ik met zuur en beschilderde zowel de buiten- als binnenkant van de vaas.
Beide vazen worden hier in huis zeer intens gebruikt en tot mijn eigen verbazing zit die verf er nog steeds op.
Twee jaar geleden probeerde ik de vaas weer eens te maken, maar ik kreeg niet eens de tuut goed, en met het solderen vielen de gaten er in!

Marion maakte ook een hangvaasje, van papier-maché, want dat was het materiaal waar ze toen mee werkte. Het vaasje was alleen geschikt voor droogbloemen. Helaas kan ik er geen foto van vinden.






O


15 januari, 2009

B.O.E.




In 1973 ontstond de Bond van Oproerige Edelsmeden o.a. uit onvrede over de presentatie van het sieraad in de toenmalige musea en galleries. Weg met die stijve presentaties in koele vitrines keurig op een rijtje, was de gedachte. De leden haalden hun werk uit de vitrines en toonden het op poppen, in koffers, aan de waslijn en als manifest in een doos. Die doos, wij noemden hem de BOE BOX, heb ik bedacht en gemaakt, ik was die ene beeldhouwer, de andere vier kregen hun eigen vakje en vulden die met voor hen kenmerkende attributen en een drukwerkje over hun werk en motivatie. Aan de binnenkant van de deksel lieten wij ons manifest tweetalig screenen. Van die doos of eigenlijk kistje heb ik er zeker 50 gemaakt, aan drukwerk hadden wij een veelvoud klaarliggen. Maar van de rest, de kussentjes van Françoise, de sheets van Karel, de zelfbouwdoos van Onno en de foto plus kinderschminkdoosjes van Marion was niet voldoende klaar om alle dozen te vullen. Ik denk dat wij niet meer dan twintig BOE BOXEN compleet konden maken; daarvan zijn er een aantal geschonken aan de mensen die mee hadden gewerkt en een paar zijn verkocht.

WAAROM SCHRIJF IK DIT NU?

Een paar dagen geleden kreeg ik een uitnodiging voor een jubileumtentoonstelling. Een expositie van het werk van iemand die ik alleen van naam ken. Op de kaart wordt melding gemaakt van 'de ceremoniële opening van een BOE doos', een BOE box die ze bij toeval ergens zijn tegengekomen.Van die mededeling schrok ik enorm en ik vroeg mij af wat 'onze' doos op haar tentoonstelling doet. Op vragen van mijn kant krijg ik als antwoord dat de jubileumtentoonstelling een 'voortentoonstelling' kent met werk van haar oud leraren en stage begeleiders. Het leek haar een goed idee de door hun twintig jaar gesloten gehouden BOE doos ceremonieel te open en daarna in een vitrine bij te zetten. (Eén van de BOE leden was later haar docent op de RA.) Het was beter geweest dat op de kaart te vermelden en aardig geweest als ze mij daarover hadden bericht. Maar de tijden blijken veranderd.

Ondertussen heb ik begrepen dat ik het ook als een eer zou kunnen beschouwen - die aandacht voor en opening van de doos - en er trots op mag zijn dat meer dan dertig jaar na publicatie ons manifest gebruikt wordt. Dat ben ik ook wel, maar ik hou het nare gevoel dat ons werk gebruikt wordt op een manier waarvoor wij het niet maakten. Voor mij blijft het een 'stunt'; het pronken met andermans werk en het 'bijzetten' in een vitrine is nou precies waar we op tegen waren.

Een paar publicaties terug had ik het over het oneigenlijk gebruik van andermans werk, dit is een voorbeeld waar ik niet aan had gedacht.




14 januari, 2009

F R U I T S C H A A L


© foto Robert P. Sledziewski


Zo'n twintig jaar geleden bedacht ik deze fruitschaal. De houten kegel die ik gebruikte als vorm voor de poten, had ik ergens anders voor gedraaid. Het was een mooie strakke vorm en ik besloot er een gipsen mal van te maken waarin ik was kon gieten. De maat van de kegels was dusdanig dat ik meende ze als poten van een schaal te kunnen gebruiken. De scherpe punten vroegen om een tegenvorm die ik vond in de wattigheid van een wolk. Ik goot een niet te dikke plaat was en sneed daar een vorm uit, waarin ik gaatjes ponste. De plaat liet ik een beetje doorzakken om een 'holling' te krijgen. Van die was-wolk heb ik weer een gipsen mal gemaakt en daarin meerdere 'wolken' gegoten. Uiteindelijk heb ik één of twee complete schalen in brons laten gieten. In ieder geval is dit er één van en die staat op een schitterende plek bij mensen die er iedere dag van kunnen genieten. Ik heb ook nog een poging gedaan de schaal in steengoed uit te voeren, de kegels gingen goed en die heb ik nog, maar de blauwe wolk klapte in de oven bij een bevriende keramiste uit elkaar! De vriendschap klapte ook dus staakte ik mijn pogingen.




O

13 januari, 2009

B e z i g e h a n d e n .



Dankzij internet laait de discussie over het auteursrecht weer op, al gaat het dan tot nu toe over tekst en het 'hergebruik' daarvan.
Er zijn verschrikkelijk veel mensen die iets creëren, met hun handen iets kunnen maken. En andermanser zijn veel mensen die met hun handen iets maken en er van moeten leven. Er zijn er slechts een paar die dat ook daadwerkelijk kunnen. Als een ander met het product dat je met jouw handen gemaakt hebt, ongevraagd aan de haal gaat is dat diefstal of oneigenlijk gebruik.
Het vervelende echter voor de pleitbezorger die vindt dat gedane arbeid betaald moet worden, is dat veel mensen die iets gemaakt hebben het helemaal niet erg vinden dat een ander er mee vandoor gaat. Ze zijn er vaak zelfs trots op omdat hun werk blijkbaar de moeite waard is gejat te worden. Wat ze er vaak niet bij vertellen is dat het wereldwijd registreren van dat product (bv. meubels) een kapitaal kost. Voorbeelden hiervan zijn overal te vinden. (Marcel Wanders en Gijs Bakker deden daar uitspraken over.)
Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw waren beeldhouwers trots en blij als ze voor een tentoonstelling gevraagd werden, ze maakten er veelal nieuw werk voor en hoopten op een opdracht. Die opdracht kwam meestal niet en de beeldhouwer kon z'n hand ophouden bij Sociale Zaken. Toen het Lieverdje op het Spui van Carel Kneulman, na de 'happenings' van de Anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld en de acties van Provo's en Kabouters populair werd, grepen souvenirmakers hun kans en lieten 'onbekende derden' kleine Lieverdjes maken die er niet uit zagen. Carel heeft toen zelf een stichting opgericht, de Stichting Replica met als doel het beschermen van zijn en andermans rechten als maker, het toezien op reproductie en het innen van centjes. Zijn stichting is later opgegaan in de Stichting Beeldrecht, nu PICTORIGHT. Die stichting Replica, waar ik zelf via een omweg nog mee te maken had, kan ik niet eens meer terugvinden.

Na de 'Hollandse culturele revolutie' eind jaren '60 introduceerden de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, in navolging van het door de BBK geïnitieerde 'hanggeld', 'staangeld'. Als beeldhouwer sjouwde en showde je niet meer voor noppes, maar ontving je een vergoeding als je aan een tentoonstelling meedeed. Het was beslist geen vetpot maar een dankbare aanvulling op het karige inkomen. Nog geen twintig jaar later ging men er anders over denken, de aanbieders/ makers van het werk mochten blij zijn als de 'betaalde organisatoren' (vaak collega's) de keus op hen lieten vallen. Werk maken en exposeren zonder daar een cent voor te ontvangen. Terug bij af dus.

Het hang/staangeld staat steeds opnieuw ter discussie, net als alle andere vormen van rechten waarvoor betaald moet worden. Plasterk maakt zich sterk voor richtlijnen maar zijn ambtenaren 'vergeten' dat die er al lang zijn. Het wiel moet, zoals zo vaak in de politiek, weer eens opnieuw worden uitgevonden; om moe van te worden. Vuile handen maken en in onschuld wassen.
Op een enkeling na gebruiken alle schrijvers hun handen om tekst te produceren. Als ze dat doen om hun brood te verdienen worden ze daar voor- of achteraf voor betaald. Ook dat is meestal geen vetpot, op de enkele succesvolle scribent na. De gemiddelde schrijver is blij als zijn of haar 'stukkie' gepubliceerd wordt en hij of zij daarvoor betaald krijgt.

Maar we mogen blij zijn als we onze handen nog kunnen gebruiken. Mijn handen verlangen naar werk: vuil werk en veel splinters.




*


12 januari, 2009

B L O G G E N

Wat is er nou zo leuk aan het maken van een blog, waarom vind ik het leuker dan het schrijven van een dagboek, sterker nog waarom schreef ik nooit een dagboek en leef mij nu uit in een bijna dagelijks blog?



Het antwoord is verbluffend simpel en voor de hand liggend. De digitale techniek vind ik leuker dan ik ooit gedacht zou hebben. Die biedt een - voor een simpele digi-ziel als ik ben - al niet bij te benen hoeveelheid mogelijkheden. Het kunnen spelen met plaatjes, teksten, kleur en bewegende beelden en dat alles dan ook nog direct beschikbaar maken voor de hele wereld is iets waar beeldend kunstenaars nog geen twintig jaar geleden alleen van konden dromen. Ik zie het maken van een pagina dan ook bijna als het maken van een beeldje en geniet ervan. Niet elk beeld is een succes, maar dat hoeft ook niet, heb ik ooit geleerd. Soms zou ik willen dat ik er meer van begreep en er dus meer mee kan doen, maar eigenlijk ben ik blij dat dat niet zo is. De beperkingen binnen BLOGGER bevallen mij wel. Voorlopig zijn een plank en een spijker voor mij genoeg.


Toen ik de foto van mijzelf in diepe slaap van L. op mijn scherm kreeg - ik wist niet dat die gemaakt was - moest ik meteen aan werk van Lucian Freud denken, maar ook dat ik 'm moest gebruiken. Maar mijzelf zo te etaleren zou ook niet door iedereen in dank worden afgenomen, dus maakte ik een zwart balkje over mijn intieme delen, maar dat zag er net zo beroerd uit als vroeger de 'afgebalkte' tepels op de foto's bij de oude Amsterdamse nachtclubs met hun pikante dansshows, naast de Phonobar op het Thorbeckeplein. Zonder tekst kon de foto ook niet, tekst op de foto leek de oplossing, maar net als bij het balkje maakt het mensen alleen maar nieuwsgierig.


Lucian Freud, Nude With Leg Up 1992

Vandaag is het Marions sterfdag, zij heeft mij door haar ontdekkingen op het Appeltje, op dit pad gebracht. Jammer dat ze latere ontwikkelingen niet meer heeft mogen meemaken. Ik denk dat ze er prachtige, waardevolle, nieuwe dingen mee zou hebben gedaan. Het bloggen had ze vast opgepikt, ze zou zichzelf nog meer bloot gegeven hebben dan ze al deed.




Kommetje Marion 1992


*

11 januari, 2009


Gravürotypie 1910





Deze twee briefkaarten, waaronder één gericht aan Mejuff: K. Wortel, p/a den Heer J. Wortel, Broodbakker te Kwadijk vond ik los in een foto album van Edith. Ik denk dat ze de kaarten ooit kocht op het oude Waterlooplein; daar stonden mannetjes met schoenendozen vol oude prentbriefkaarten. Het kan best zijn dat ze er nog staan, maar ik kom er nooit meer, de gein is er vanaf. Het heeft even geduurd voordat ik door had waarom ze de kaarten gekocht zal hebben: niet voor de juffers, maar voor de hoeden natuurlijk! Prachtig groteske ontwerpen, een schril contrast met de leren baret (?) die ze later voor Max Heijmans maakte.




foto ANP


*


10 januari, 2009

O P E N E N B L O O T





Tot niet zo lang geleden droeg ik bijna altijd een spijkerbroek, voor nét en een oude om in te werken, hoewel dat verschil niet altijd goed te zien was. Ik kocht altijd twee broeken tegelijk, twee LEE met rechte pijpen. De heavyweight denim is naar mijn gevoel echter niet meer wat het was, het voelt dunner aan en is sneller versleten en dat voor een prijs waar ik 10 'werkbroeken' voor kan kopen! Ik heb nu nog maar één jeans en daar doe ik geen 'werk' meer in.

M'n werkkleding heb ik al meer dan een week niet aangehad, buiten is na het voeren van de kippen niet veel te doen. De deur van mijn atelier doe ik wel van het slot, maar veel heb ik er niet te zoeken. Niet dat het er ijzig koud is, lager dan -2˚ komt de thermometer meestal niet en dat is goed te doen als je lekker bezig bent, maar 'het komt er niet van'. Veel lust heb ik ook niet, moet ik zeggen. Ik zit nu liever achter m'n scherm, daar kijk ik meer langs dan erop! Er is buiten zoveel te beleven!
Heggenmussen, Ringmussen, Huismussen, Merels, Lijsters, Koolmezen, Pimpelmezen, Staartmezen, Roodborsten, Vinken, Kraaien, Kauwtjes, Eksters, Turkse Tortels, Houtduiven, Grote bonte spechten, Boomklevers en niet te vergeten het Bokje, de Koperwiek, de Buizerd en de overvliegende meeuwen. Reigers en soms in een flits de sperwer of een valkje. Wat een drukte, wat een genot!

Toch ben ik geen 'binnenmens' en bovendien krijg ik koude voeten achter mijn bureau, dus trek ik zo nu en dan mijn 'werkjas' aan, zet een muts op en ga naar buiten. Voor ik het weet zit ik dan in m'n goede goed te rotzooien, veeg mijn vuile handen er aan af of blijf aan een spijker hangen.
Een 'spijkerbroek voor alle dag' was zo gek nog niet, misschien moet ik daar toch naar terug.


09 januari, 2009

Houtsnippen raken de kluts kwijt.


Een berichtje met foto van Thea, zij schrijft:

Ik weet dat houtsnippen schuwe bosvogels zijn en met hun lange snavel larven, wurmen en insecten uit de losse bosgrond halen. Als het vriest wordt het moeilijk voor ze in het bos en trekken ze de bewoonde wereld in. En volgens Nico de Haan in zijn OrnithoNieuws van 11 december zijn ze dan vaak niet zo handig bezig. Zijn bericht begon met: houtsnippen raken de kluts kwijt. Ze zijn natuurlijk ook geen bewoning gewend. Een paar jaar geleden klapte er een tegen de voorruit. Die hebben we toen voorzichtig in een doos gezet en gebracht naar het vogelopvangcentrum. Ze vonden dat hij er monter uitzag, maar.... toch 's middags was hij dood.
Die van de foto lag aan de andere kant van het huis; een klap hebben wij niet gehoord en toen wij hem vonden was hij al koud, maar had wel z'n oog open.

OO