Pagina's

20 juli, 2012

GARAGEDEUR



Het gebouw op de foto lijkt mij een kerk . Een Godshuis hoog en droog midden in het dorp. De toren en het schip zijn uit verschillende perioden zo te zien en lijken los van elkaar te staan. Het gebouw rechts is de Mairie. Het plein voor de kerk is leeg, net zo leeg als de ramen in het schip. Die rust kan bedrog zijn of liggen aan de donderdagavond dat ik er langs kwam. Het lege podium verscholen achter het blauwe zeil beloofde een doorbreken van de stilte.
Het podium is tijdelijk, de garagedeur niet. Het stuk muur waar de garagedeur in zit is gebouwd als het verlengde van de oude muur, maar kan er niet aan tippen en doet kunstmatig aan.
Het lijkt mij dat de oude muur ooit doorliep richting Mairie, maar vanwege gebrekkig onderhoud of molest geruimd is ten behoeve van een garage voor de burgemeester of als opslagruimte voor het jaarlijks terugkerende muziekspektakel.
Als ik een rondje om de kerk had gedaan, dan wist ik nu of de toren los staat van het schip of niet. Ik had ook over het lage stukje muur kunnen kijken om te zien wat er achter de garagedeur zit. Maar ik was niet nieuwsgierig genoeg. De meeste vragen kwamen pas tijdens het schrijven van dit stukje. De wonderlijke plaats van de deur deed mij de foto maken.



14 juli, 2012

WEER ALS NIEUW




36 m2 vloer schuren en lakken, tot een aantal jaren terug zou ik er zelf aan begonnen zijn en dagen lang in stof en ellende gezeten hebben. Die 'doe het zelf tijd' is voor mij voorbij. Deze man, zijn naam is Louis deed het in twee dagen met professionele  machines.


De vloer ligt er pas dertien jaar in maar was op een aantal plaatsen behoorlijk kaal gelopen en vervuild. Van de oorspronkelijke lichte houtkleur was weinig meer over. Al na de eerste grove schuurgang liet het Berkenhout zich weer zien.


Niet overal kon Louis met de grote machine terecht, onder mijn buroblad bracht de 'kantenschuurder' (met eigen lampje) uitkomst. De hoekjes deed hij met de verfkrabber en een stukje schuurpapier.

Van het lakken zijn we helaas vergeten foto's te maken, maar de eerste laag watergedragen twee componenten lak deed hij met de 'spatel', snel en efficiënt. Het kale hout zuigt de lak in no-time op. De tweede laag met een grote roller, dan weer licht opschuren en de derde laag ook weer met een roller.
Ik had het niet beter en zeker niet sneller kunnen doen. 
Twee volle dagen hebben we de lak met rust gelaten, nu staan alle meubels, voorzien van viltjes weer op hun plek en genieten wij van een bijna nieuwe vloer.

13 juli, 2012

WAAROM...


Waarom toch zetten mensen tuinen vol met kabouters, paddenstoelen, ganzen, molentjes, paardjes en mennende mannetjes in wonderlijke verhoudingen? Waarom hangen sommige chauffeurs hun cabine vol met prullaria die 'moeders thuis' niet in huis zou dulden? Waarom hing de man die ik deze zomer zag z'n Harley vol met alle maten teddybeertjes? Welke nostalgische gevoelens lagen ten grondslag aan de uitstalling die een Duitse camperaar maakte op z'n ruime dashbord zodra hij op z'n plekkie stond? 
Ik weet het niet en ik begrijp het niet.

Soms denk ik dat het iets met bijgeloof te maken heeft of slechts een uit de hand gelopen hobby.
Het kan ook te maken hebben met een verlangen naar contact, het bedoeld of onbedoeld aanbieden van een gespreksonderwerp.


Op boten had ik het nog nooit gezien, tot een maand geleden. 
Schippers willen over het algemeen een schoon en overzichtelijk dek, geen losliggende lijnen of andere zaken waarover je je nek kan breken.

De schipper van deze boot ligt denk ik vaker in de haven dan dat hij vaart, de figuurtjes zaten vastgeplakt aan dek en zouden onder moeilijk omstandigheden behoorlijk in de weg zitten. 

Aandacht trokken ze wel, althans mijn aandacht. Zo te zien krijgen ze elk jaar een vers likkie verf en zullen ze hun 'baasje' tot in lengte van dagen bijstaan.

08 juli, 2012

Tuinbonen

Wij kunnen het ons niet voorstellen, maar er zijn mensen die niet van tuinbonen houden. Wij zijn dol op die niervormige bonen, gedopt, dubbelgedopt of nog in de schil.
De inhoud van de peul kan nogal verschillen in aantal en maat van de bonen. Kleine boontjes zijn eerder gaar dan grote exemplaren, dus moet er gesorteerd worden. Dat sorteren gaat op het oog en is vingerwerk, maar voorkomt dat kleine boontjes kapot koken terwijl de grotere nog niet gaar zijn. Er gaat niets boven vers geplukte boontjes maar we kunnen niet alles in één keer opeten daarom gaat het teveel gedopte de diepvries in.


02 juli, 2012

Tunnel Mont de Billy



Bij de sluis staat een wonderlijk, klein locomotiefje. Het goed in de verf gezette machientje staat op amper vier meter rails. Als monument van voorbije glorie. Ik heb geen flauw idee wat het daar te zoeken heeft.
Op mijn rondje door het dorp zie ik door een gat in de muur een stapel verroeste smalspoorrails liggen en een stap verder de overgroeide resten van trein onderstelletjes.




Locomotieven en boten komen wel vaker bij elkaar. Tussen Denemarken en Duitsland vaart een veer waarop de trein als passagier plaats neemt, maar vaker is de locomotief een trekpaard, een constante kracht die met gestage tred schepen van A naar B versleept. Van Panama kanaal tot diep in de Ardennen.
Deze geredde locomotief heeft waarschijnlijk ooit over de rails gereden die ik door het gat in de muur zag. 








Pas op het einde van mijn rondje zag ik het bord met uitleg. Niet dat ik alles begrijp, zeker niet de Franse tekst, maar in grote lijnen is het duidelijk.
Ergens in de buurt (waarschijnlijk zeer dichtbij) moet een tunnel zijn, een tunnel waar het kanaal tussen de L'Aisne en de Marne doorheen loopt. 'Tunnel Mont de Billy', ruim twee kilometer lang.
Het kanaal en dus ook de tunnel werden vroeger druk bevaren door de beroepsvaart. De tunnel had geen ventilatiesysteem, uitlaatgassen van scheepsmotoren, maar ook van diesellocomotieven bleven dus hangen en dat was voor niemand prettig. De oplossing was een elektrisch aangedreven locomotief en wel de CGTVN E 1601.




Voor mij is niet duidelijk waar die locomotief zijn stroom vandaan haalde, want een bovenleiding of derde rails heb ik niet gezien.
Hoe dan ook, die locomotief trok de schepen door de tunnel zonder dat iemand het begaf door het inademen van giftige gassen.
Beroepsvaart heb ik op het kanaal niet gezien, maar pleziervaart des te meer. Ook die scheepjes draaien op dieselolie en stoten dus uitlaatgassen uit, maar het locomotiefje staat aan de kant. Hoe komen ze er dan doorheen? Ik ben vergeten het te vragen aan de schippers die er lagen, zij hadden mij het antwoord kunnen geven. Niet in het Frans, maar in het Hollands, want Hollanders lagen er genoeg.


22 juni, 2012

ETALEREN



Etaleren is een vak, een vak dat in een beroepskeuzetest voor mij werd aanbevolen. Gelukkig ben ik het nooit geworden.
Een winkelier wil in een etalage tonen wat hij te bieden heeft, in het Europese westen hebben etaleurs er zo hun eigen draai aangegeven en is de etalage wel een aandachtstrekker geworden, maar producten die binnen te koop zijn, zijn slechts summier aanwezig. De 'Premsela etalages' van de Amsterdamse Bijenkorf waren daar een goed voorbeeld van.

In het oosten en noorden van Europa waren tijdens het communisme etalages een decadente uitspatting van het westen. In West Berlijn is toen het KDW, Kaufhaus des Westen opgericht om de 'Ossies' de ogen uit te steken. De Bijenkorf valt daarbij in het niet.

In Finland hebben wij lang lopen zoeken om een warenhuis te vinden, zij bleken verscholen achter blinde gevels. Door anderen te volgen kwamen wij binnen. Een enkele winkel had een etalage, vaak niet groter dan anderhalve vierkante meter.

In Tsjechië kwamen we deze uitstalkast tegen ( Hojanovice) waarin de winkelier gewoon laat zien wat er binnen te koop is. Geen overbodige mooidoenerij, maar een vliegenmepper, mesje, tuinhandschoenen en haar- clips gewoon tussen de kinderkleding, damesslipjes, bh's en tekensetje.

De Drogerie was gesloten dus het interieur hebben wij helaas gemist.

Op een paar honderd meter afstand van deze winkel hebben wij in een hotel-restaurant een warme Tsjechiese lunche genomen die ons uiteindelijk niet echt beviel. Ook de (jonge) bediening was niet erg toeschietelijk. Onaardig en niet echt geïnteresseerd, zo van: "wat komen jullie hier doen?" Maar de prijs was ongelooflijk laag: € 6.50 voor twee maaltijden en bier, het uurloon moet behoorlijk laag liggen.

Gelukkig hebben wij het ook anders meegemaakt en echt niet alleen in de toeristencentra.





20 juni, 2012

TREKKER



Het zag er niet naar uit dat er recent met deze trekker gewerkt was, maar het gras er onder was wel gemaaid.
De avond en nacht die wij op deze prachtige camping doorbrachten was verre van rustig te noemen. Ik stond net buiten twee vers (één welgemikte tik met een stok en het leven verdween) gekochte forellen schoon te maken toen het noodweer losbarstte. In het droge Huuske heeft L. er een fantastische maaltijd van gemaakt.
De trekker stond ook buiten en zal dat waarschijnlijk ook altijd doen. 
De camping is in Hollandse handen, de trekker waarschijnlijk ook. Maar de stoere trekker is ontegenzeggelijk het product van Tsjechiese zelfbouw, een vorm van zelfbouw die we in het westen niet of nauwelijks tegenkomen maar waar ik 'snotterend' van kan genieten. De man of vrouw die dit voertuig in elkaar heeft gezet heeft in ieder geval aan de buitenkant geprobeerd er iets van te maken.
In de 'cabine' onderdelen van gesloopte auto's, de bedrading was wat slordig en de zitting meer dan 'sleets', maar waarschijnlijk zal het gaan rijden mits je de juiste draden tegen elkaar aan houdt.



15 juni, 2012

CESSNA 172 OK-VKF




De behoefte om zelf te leren vliegen heb ik nooit gehad, maar alle vormen van 'het door de lucht voortbewegen' heeft altijd mijn interesse gehad.
In het restaurantje van de Euro Air Camping bij Vrchlabi in Tsjechië spraken wij een Hollandse man die 'voor geen goud' in een vliegtuig zou stappen. De best aardige camping was gesitueerd op het terrein van een vliegschool, het vernieuwde sanitair met nog herkenbare trekjes van het vorige bewind was nog niet af, waarschijnlijk zal het nog lang in dat stadium blijven.
Aan de andere kant van de weg was het een komen en gaan van sportvliegtuigen. Bekende modellen, maar ook wonderlijke zelfbouw 'kisten'.
We vertelden de man in het restaurant dat we van plan waren een rondvlucht te maken om het landschap van bovenaf te bekijken. Bij het idee alleen al zat hij te huiveren.
Volgens het bord en de folders bij het vliegveldje zou het mogelijk zijn tot 18.00 uur te boeken, maar toen wij dat om 17.00 uur probeerden was het toestel al opgeborgen en de piloot naar huis. De volgende morgen was het grijs weer en de man waarbij je moest boeken in geen velden of wegen te zien. We besloten ter plekke in ons Huuske te ontbijten en af te wachten.
Er stopte een auto met CZ nummerbord waar een ouder echtpaar uitstapte, de man vroeg ons in het Duits of er iemand was en of wij een rondvlucht wilden. Na ons bevestigende antwoord stapte hij resoluut het terrein op en verdween in een hangar. Na een minuut of tien kwam hij terug en zei dat de piloot ons zou komen halen. De piloot was een aardige zestiger die een paar woorden Duits sprak maar nog minder Engels, wat toch vreemd is voor een vlieger. Aan het neuswiel trok hij een Cessna naar buiten en hielp hij ons met instappen. Na enig geharrewar hadden wij de heupgordels om en startte hij de motor. L. had op de achterbank het rijk alleen en ik moest mijn benen 'kort' houden om niet per ongeluk de pedalen te beroeren. Hobbelend taxieden wij naar het begin van de grasbaan. Een kort radiocontact en een blik naar alle kanten en de rondvlucht kon beginnen. De startbaan liep een beetje helling af waardoor de aanloop kort was. Het stijgen van een sportvliegtuigje geeft mij altijd het gevoel van een 2cv die de helling niet opkomt. De allereerste keer dat ik in zo'n ding mee vloog vertrouwde ik het ook voor geen cent en dacht eerder terug te vallen dan hoger te komen. Nu weet ik beter maar heb nog steeds de neiging 'even te helpen duwen'.
De piloot vertelde dat we vlogen in een Cessna 172, een veel gebouwd en betrouwbaar toestel. Het zicht was niet optimaal, maar er was genoeg te zien. Al klimmend verzeilden we in de wolken en liet het zicht door de ruit te wensen over, maar de piloot gaf geen krimp. We vlogen naar de toppen van de ons omringende beboste bergen en daalden af naar de Skoda fabrieken. Wij voelden ons dwergen boven het Reuzengebergte. Een half uurtje is zo voorbij, voor we het wisten werd het gas teruggenomen en zakten we weer terug naar de grasbaan. Weer een mooie ervaring rijker. Op de grond vertelde de piloot trots dat hij al vanaf zijn veertiende vloog, hoeveel uren en hoeveel starts. Begonnen met zweefvliegen, dan 'onder dienst' zijn brevetten gehaald en militair gevlogen, waarschijnlijk ook in een Yak, ik ben vergeten het hem te vragen. Nu doet hij rond- en zakelijke vluchten en nog steeds met heel veel plezier. We verstonden elkaar niet best maar begrepen elkaar des temeer.

21 mei, 2012

NEST van FITIS (Phylloscopus Trochilus)



Een week of twee geleden zag ik op mijn dagelijkse ochtendwandeling op één van de landjes langs het pad een klein grijs vogeltje driftig in de weer met nestmateriaal. Met een snavel vol verdween hij keer op keer op dezelfde plek in het hoogstaande onkruid. In de droge periode 'plukte' hij gras/hooi van de grond, na een bui haalde hij het uit het gaas van de afscheiding waar het tijdens hoog water in was blijven hangen. Na een aantal keren goed opgelet te hebben zag ik dat hij nog geen halve meter van de grond, tussen de Fluitenkruid-stengels aan het bouwen was. Ik dacht eerst aan een Grauwe vliegenvanger, maar die maakt z'n nest niet zo laag. Bovendien was het vlieggedrag anders. Na enig speuren in de boeken kwam ik uit bij de Fitis. Na de eerste hoosbuien van de vorige week ben ik naar het nestje wezen kijken en zag dat het totaal verwaaid en verregend was, wel lagen er drie eitjes in. Vandaag, na weer hevig onweer van vannacht bleken de eitjes verdwenen en stond het holletje vol water! Zo goed isoleren die donsveertjes dus! Geen enkele kans dus dat het opnieuw in gebruik genomen zou worden. Ik heb het doorweekte bouwsel meegenomen om te kunnen laten zien.
Het toeval wil dat in een struik tegen de gevel van ons huis, ook heel laag een andere Fitis een nest heeft gemaakt, dat hangt er na alle buien nog steeds! Nooit eerder zagen wij die kleine vogeltjes in de tuin, of het moet zijn dat wij steeds die Fitissen voor Vliegenvangers aanzagen.

02 mei, 2012

Monument voor een verzonken stad, 1981









De stad is trots op - en koketteert met - haar kunstbezit. Maar wie is de stad? Zijn dat de bestuurders, de bevolking of een husseltje van die twee? Als kunst niet in de smaak valt of in de weg staat, blijkt de waarde van het werk nihil en de houdbaarheidsduur beperkt.

In 1979 kreeg ik van de Gemeente Amsterdam de opdracht tot het maken van een schetsontwerp voor een locatie in het het Frederik Hendrikplantsoen. De toenmalige adviescommissie in samenwerking met vele vertegenwoordigers vanuit de buurt (bewoners en school) kozen op basis van documentatie voor mijn werk. Zij konden kiezen uit 10 van de 31 ingezonden mappen. Eind 1980 kreeg ik de opdracht tot uitvoering van mijn ontwerp. De oplevering was 2 juni 1981, het budget fl.60.000,--









Om de juiste maat en plaats te kunnen bepalen, maakte ik van plaatmateriaal een model op ware grootte. Het aardige was dat een groep kinderen van de school niet alleen nieuwsgierig was tijdens ons 'geschuif', maar zich ook bij het beeld meteen 'thuis' voelden.

In 2000 verscheen er opeens een skatebaan binnen 10 meter van mijn 'Monument voor een verzonken stad', waardoor het zicht door en om het beeld totaal verdween.
Na een begonnen rechtszaak die in mediation uitmondde, beloofde de gemeente dat bij toekomstige wijzigingen van de nabije omgeving van het kunstwerk, de belangen van de kunstenaar meegewogen zouden worden.

Nu, slechts twaalf jaar verder, gaat het plantsoen weer op de schop en wordt mijn werk bedreigd. Het is niet de gemeente die mij informeerde, maar een betrokken bewoner. In één van de verslagen die ik onder ogen kreeg staat letterlijk: "Het kunstwerk dat voor de school staat, kan daar weg", pats, boem!
De man of vrouw die de opmerking maakte (geen idee wie het was) beledigt niet alleen mij als maker maar ook de mensen die voor mijn beeld kozen.
Het lijkt mij niet dat de gemeente zijn gedane belofte nakomt, volgens de overeenkomst van 5 juli 2001 kan de benadeelde partij bij de bevoegde Rechter te Amsterdam nakoming eisen.

Ik denk dat ik weer een drukke tijd tegemoet ga.