Pagina's

16 mei, 2013

OP DE DEKSEL NA...



Soms begrijp ik zelf niet waarom ik keer op keer weer zo'n vreemde weg bewandel. Een beetje timmerman zou twee gelijke frames maken en daar tegenaan de schrootjes plaatsen. Sterker nog, hij zou  maten hanteren die een veelvoud van de breedte van de schrootjes zouden zijn. Ik ben begonnen met plankjes in drie verschillende breedte maten omdat ik altijd het maximale wil halen uit beschikbaar hout. Bij het aftekenen van de maten van de kist (er zitten twee knikken in de lange kant) heb ik geen rekening gehouden met de breedte van de schrootjes. Toevallig kwam het bij hoofd- en voeteinde goed uit.




Ik ben dus bij dat hoofd- en voeteinde begonnen met de opbouw zonder een doorlopende constructie om de plankjes aan vast te lijmen. Als je zo naar elkaar toewerkt kom je zelden goed uit, dat weet ik, maar daar heb ik even niet aan gedacht. Ik ben een bouwer, geen uitvoerder en bovendien is er altijd een mouw aan te passen. Tot mijn eigen verbazing kwam ik helemaal niet zo slecht uit, met wat kleine aanpassingen kreeg ik de zijkanten sluitend. Als laatste heb ik aan de binnenkant bij de verstekken, wat versterkingen aangebracht. 




Voor de deksel heb ik wat brede delen (15cm) die toch al aan de dunne kant waren op 10mm dikte geschaafd. Eén plank is lang genoeg om de totale lengte te overspannen wat constructief gezien een lekker gevoel geeft, met de kortere delen maak ik de deksel compleet.



14 mei, 2013

OP VERZOEK...

"Wanneer begin je nou aan mijn kist?"Vroeg L. mij een week geleden. "Want als jij eerder gaat dan ik kan jij 'm niet meer maken."
Toevallig was ik net begonnen met het op dikte schaven van een partij pallet hout, maar wist eigenlijk nog niet waarvoor. De vraag kwam op een goed moment.




De kist die ik (alweer) twee jaar geleden voor mijzelf maakt vind ik eigenlijk te zwaar, de kist voor Lindsey moet anders maar zeker ook lichter worden. Het langste hout heb ik gebruikt om de bodem te maken, daarvoor heb ik dus geen delen hoeven te verlengen. L. is op de los uitgelegde planken gaan liggen om de breedte maten af te kunnen tekenen, daarna kon ik de contour zagen. De kist krijgt daardoor een herkenbaar uiterlijk.





Een gesloopte pallet levert heel wat hout op, maar het meeste is niet langer dan een meter. Voor mijn kist heb ik een aantal korte stukken aan elkaar gezet om de benodigde lengte te krijgen. Voor de kist waar ik nu mee bezig ben heb ik besloten de zijkanten van kort hout te maken. Uit het meeste hout kan ik dan drie deeltjes voor de zijkant halen. Om het geheel wat minder kist (en vrouwelijker) te laten lijken heb ik de plankjes rondom afgerond. Dat was een leuke klus op mijn eigenbouw freestafel.




De kist begint nu vorm te krijgen, kop en staart zitten er aan. De afgeronde plankjes doen het goed, ook L. is zeer tevreden maar vraagt zich af of het niet zonde van het werk is, het resultaat gaat immers ooit het vuur in. Voor mij is het als altijd: het maken is voor mij genot, mijn leven. Wat er daarna mee gebeurt kan mij niet zoveel schelen. 
Het verschil met een beeld is dat onze kisten bruikbaar moeten zijn als het moment daar is, een beeld mag wat mij betreft wegkwijnen, de grond in zakken of opgestookt worden. Die kist moet ons overleven!


11 mei, 2013

DODENHERDENKING 4 MEI

Op 4 mei schreef Jolie een stuk over de herdenking, wie, wat, samen of toch niet.
Mijn reactie daarop staat hier. 



Zwart-wit

Om acht uur op 4 mei 1957 of '58 (dat weet ik niet precies meer) stonden wij stil en spraken niet in de voorkamer van het huis in Arnhem waar wij toen woonden. Dat was aan de Amsterdamse straatweg, toen een doorgaande weg van oost naar west. Mijn moeder verbrak de stilte toen er een auto langsreed. De auto had een Duits nummerbord. Wat zij zei zal ik hier niet herhalen. Zij dacht, heel begrijpelijk toen, in zwart-wit termen.
Voor zover ik bewust (dat is dus nadat ik herdacht omdat mijn ouders dat ook deden) de 4e mei als dodenherdenking heb beleefd, heb ik het nooit gezien als een moment van herdenking van alleen de slachtoffers van het vreselijke Nazieregime. 
Voor mij is het altijd een moment van stilstaan bij alle slachtoffers van zinloos geweld geweest, hoewel de term 'zinloos geweld' van de laatste jaren is, is zinloos geweld van alle tijden en niet aan ras, religie of grenzen gebonden. Oorlog is zinloos geweld en daarom heb ik indertijd geweigerd in dienst te gaan. Ook foute omes en tantes zijn gevallen door zinloos geweld omdat zij in de ogen van goede omes en tantes de verkeerde kant hadden gekozen. 
Ikzelf ben drie maanden na de bevrijding geboren, van de bezetting heb ik niets meegemaakt en mijn ouders hebben er zelden of nooit over gesproken. Wat ik weet is dat mijn vader (geb. 10 mei 1918) gemobiliseerd was en op de Grebbeberg met zijn compagnie Nederland probeerde te verdedigen. Hij heeft het overleefd, anders had ik ook hem moeten/mogen gedenken. Heel af en toe liet hij wat over die roemruchte dagen los. In 1955 of 1956 nam hij mij mee op een fietstocht naar de Harz, om zichzelf en mij te laten zien dat niet alle Duitsers Moffen waren.

Ik vind niet dat we zo zwart-wit moeten denken en de vierde Mei uitsluitend voor 'onze' Joodse- en andere oorlogsslachtoffers moeten bewaren. Zeker niet als ik zie hoe de Joden in Israel met het oorspronkelijke volk omgaan. Zij hebben van hun eigen ondergane gruwelen niets geleerd.

En zo gaat dat al eeuwen, het is helaas ons mensen eigen.
We kunnen niet zonder geweld, we willen veroveren en verdedigen en dat gaat kennelijk niet zonder de medemens te elimineren.

Als mensen zich menswaardig zouden gedragen, zouden we helemaal niet behoeven te gedenken. 

Maar wat is en wie bepaalt wat menswaardig is?

VERLENGING VASTE LOOPPLANK



Aan ons 'landje' ligt een drijvende steiger, oorspronkelijk met een loopplank in het verlengde van de steiger naar het land. Van de gemeente mocht dat niet, het was volgens hun regeltjes een bouwwerk en je mag daar niets bouwen. Van de 'opperambtenaar' mocht ik de loopplank wel leggen zoals op de foto boven te zien is, zo'n drie meter van de drijvende steiger vandaan en dan met een losse plank naar het drijvende deel. Wat een KUL, wat is het wezenlijke verschil? Onze 'overtreding' heeft ons enkele jaren terug €1400 gekost, daarna zijn er zeker tien steigers bijgekomen met een directe loopplank zoals wij het hadden. Dat geld zien wij nooit meer terug, zowel de 'opperambtenaar' als de wethouder (die ons steunden dachten wij) zijn vertrokken. 




Hoe dan ook, het drijvende deel ligt te dicht bij de kant, bij laag water is het soppen door de blubber als we willen zwemmen. Ik wil de steiger dan ook zeker vijf meter naar buiten trekken om sneller in dieper water te zijn. Daartoe heb ik nu de vaste loopplank met twee en een halve meter verlengt. In de oude situatie lag de 'losse plank' een meter of drie na het begin (landzijde) van de steiger op de steiger. Als ik nu het drijvende deel naar buiten trek en de 'losse plank' aan beider eind leg heb ik vijf meter winst!
Alleen moet ik zorgen dat het geheel ook met hoogwater en storm blijft liggen.




Met mijn multifunctionele zitmaaier met 'aanhanger' heb ik het verlengstuk naar het landje gebracht, dat ding is goud waard!
Vreemd genoeg ligt het nieuwe stuk niet echt goed in het verlengde van het bestaande deel, maar ach, wat maakt het uit?



08 mei, 2013

DISCOVERHOLLAND / STROOPWAFEL



Wij wonen langs een steeds meer toeristen trekkende route. Dat merken we onder andere aan de hoeveelheid achteloos weggeworpen verpakkingen met duidelijk toeristische trekjes. De langsfietsende schooljeugd heeft ook nooit geleerd afval mee naar huis te nemen, maar dat zijn meestal lege blikjes waar de energy drank uit verdwenen is.
Vorige week vond ik deze verpakking voor slechts één stroopwafel(tje) met wonderlijke Delftsblauwe figuratie van de firma Daelmans, een stroopwafel op normaal formaat past niet in dit zakje dus moet het een speciale aanmaak zijn, passende in folie waar ook die enge 'likkoekjes' in zitten die je krijgt als je ergens in het land voor een kop koffie stopt. Spijtig genoeg (voor de 'Oud Hollandse Koffiehuizen en uitsmijter specialisten' doen wij dat zelden.
Deze verpakking ken ik dan ook niet, maar ik begrijp uit de tekst en de plaatjes dat ik als toerist niet om de wafel heen kan want dat zou een typisch Hollands product zijn. Achter het web adres zit de koekjesfabrikant die op slinkse weg zijn producten aan de Hollandse geschiedenis koppelt.

Ontdek Holland, maar dan wel via mijn stroopwafels lijkt Daelmans te willen zeggen. 
Ontdek Holland en negeer die fabrikanten zou ik willen zeggen aan al die buitenlanders die vaak niet eens weten in welk land ze uit het vliegtuig zijn gestapt. 
Maar toeristen zijn geen reizigers, toeristen willen vermaakt worden. En de industrie heeft dat begrepen.



06 mei, 2013

BUREAUBLAD






Foto Vellah


Meestal maak ik zelf een karweitje af, maar twee van de poten die onder Vellah's bureau moesten komen stonden nog onder een provisorisch werkblad tegen de muur waar nu de boekenkast staat. De andere twee poten moesten nog gekocht worden. Het blad bracht ik twee weken geleden en samen met een héél erg handige buurvrouw met het nodige gereedschap heeft V. de klus afgemaakt. Zo te zien ziet het er fantastisch uit, ik hoop dat ze er nog veel plezier van zal hebben.

29 april, 2013

GENIAAL




Wat een geniale kronkel, wat een fantastische tekenaar. Siegfried laat in één tekening zien wat iedereen denkt in kinderlijke krabbels te kunnen maken, het is slechts weinigen gegeven.

27 april, 2013

KOP ANKERTJES



Van 'kop ankertjes' had ik nog nooit gehoord, maar het blijkt een belangrijk verbindend element in een (oude)  pop te zijn. Het is een scharnier in kraal vorm (kommetje / bolletje) dat met behulp van een ijzerdraad -oogje en elastiek het hoofdje aan de romp van de pop vasthoudt. Een simpel ding, maar je moet het wel in huis hebben als je het nodig hebt.
Jolie, die naast heel veel ander werk ook nog poppen restaureert had zo'n ding nodig om het hoofdje van een prachtig oud popje op z'n plaats te houden.
Ik draaide een aantal maten 'soort van' kralen en legde ze in een schaaltje. Het schaaltje stond toevallig op een tafeltje en ik vond dat ze bij elkaar hoorden.




Voordat ik het stilleven aan Jolie opstuurde maakte ik nog snel wat plaatjes op verschillende locaties, want 'kleding maakt de man'.
Voor mijn gevoel doet de omgeving er niet toe, het werk is sterk genoeg, ook als alle kopankertjes gebruikt zijn heeft Jolie nog iets moois over, want een mooie groene appel of gele banaan mag ook.



26 april, 2013

MAGNOLIA KOBUS

Ik schat zo'n vijftien seizoenen geleden zag ik in de herfst op een parkeerplaats in Breda, wonderlijke rode plekken op de stoep en in de bomen daarboven aan slijmerige draadjes bungelende grote rode zaden. Ik had geen idee wat dat voor bomen waren maar de zaden intrigeerden mij, dus nam ik er wat van mee.
Ik denk dat ik er een stuk of tien tot ontkieming heb gekregen en in potjes, later in potten opgekweekt.
Een jaar of vier geleden heb ik er een paar achter in de moestuin in de grond gestopt, anderen heb ik weggegeven of hebben de winters niet overleefd. Vorig jaar moest ik echt uitdunnen, er stonden ook nog opgekweekte Catalpa's en een Eik, om de nu overgebleven drie bomen wat ruimte te geven. Al die jaren heb ik gedacht (na wat in de boeken gesnuffeld te hebben) dat ik Liriodendrons had opgekweekt, maar de bladvorm klopte niet. Vorig najaar was er een hovenier bij de buurman aan het werk en ik vroeg hem of hij wist wat voor een soort het was. Zonder aarzelen zei hij meteen: "Dat is een Magnolia Kobus". Gelukkig zijn er nu zoekmachines die het geblader in boeken overbodig maken. Kobus was snel gevonden en het klopt allemaal, de vorm van de boom, het blad en de slijmerige zaaddoos. De boom is nu drie meter twintig hoog en het leuke is dat er voor het eerst bloemen in zitten! Vier knoppen heb ik geteld! Het zijn echte Tulpenboom bloemen van een overweldigende schoonheid.
Het grootste exemplaar boom heb ik vorig najaar naar vrienden in Lettele gebracht, daar zitten nog geen bloemen in, maar de boom toont wel leven.  Volgend jaar zullen zij net zo genieten als wij.




25 april, 2013

10 TON HYDRAULISCHE CILINDER



Het is een onooglijk blokje staal van nog geen 5cm hoog en een pomp niet groter dan een vetspuit, maar het neemt mij enorm veel zwaar werk uit handen. Een pallet slopen is niet moeilijk, maar zodanig slopen dat je bruikbare delen overhoudt zonder splijten van het hout of breuk is met alleen een hamer en breekijzer ondoenlijk. 
Al een tijdje zocht ik naar een betaalbare oplossing, de beschikbare ruimte is nog geen 10 cm. Een goedkoop potkrikje is dan al te groot. Op mijn zoektocht op internet kwam ik een afbeelding tegen van iets waarvan ik dacht dat het bruikbaar zou zijn. De firma achter het plaatje - machinehandel Adr. Spierings BV -  bleek voor mensen zoals ik een walhalla te zijn toen ik het vandaag opzocht in Rijkevoort. Een adres om te onthouden.
Een mengeling van oude en nieuwe (restpartijen) machines door elkaar en zoals Adriaan mij vertelde: "dit is slechts een vijfde deel van wat we in huis hebben". Voor mij was  het smullen, weer een bedrijf waar ik veel te laat achter kom! Ik had op zijn verzoek een stuk pallet meegenomen om ter plekke te kunnen zien of het zou werken. En het ging fantastisch!
Met een paar nog te maken hulpstukjes kan ik voortaan pallets demonteren zonder om de paar minuten even te moeten rusten. Ik denk zelfs er met meer hulpstukjes nog veel meer mee te kunnen doen.



18 april, 2013

SCHOUWTJE IN AANBOUW



Ruim een maand geleden waren we bij Arie van de Graaf in Alblasserdam om drie broedkorven voor eenden op te halen. Zijn niet al te grote schuur stond toen vol met bossen wilgenteen en stapels gevlochten korven. Hijzelf zat toen naast een snorrend houtkacheltje te werken aan de laatste korven van het seizoen. Ik vroeg hem toen of hij bestellingen had voor schouwtjes en wanneer hij daar dan aan zou beginnen. Hij dacht dat dat nog wel een maand zou duren. Ik vroeg hem ook of we dan mochten komen kijken.




Een paar dagen terug kregen we een mailtje dat we gisteravond vanaf zeven uur welkom waren. Op een paar losse sprietjes na, was er van het broedkorven vlechten niets meer terug te vinden. Het was nu de werkplaats van een botenbouwer geworden. De hele ruimte wordt nu in beslag genomen door een schouwtje in aanbouw. De bodem en de spanten (hij noemt ze trouwens anders) had hij al samengesteld. Hij werkt met 26 mm dikke planken Noord Europees grenen, ook de balken voor de spanten zijn van grenen. Hij zet ze met een halve verbinding, een druppie lijm en twee spijkers in elkaar. De buitenhoek krijgt een ronde opening (omdat hij dat mooier vind dan recht gezaagd) voor het doorlaten van water. Op de foto boven te zien links van de gehoorbeschermer.
Arie probeert de schouwtjes zo authentiek mogelijk te bouwen, maar schuwt modern gereedschap niet. De bodemplanken zitten met ijzeren doken en teer aan elkaar, ijzer omdat dat zich door roestvorming in het hout vastzet. Om dezelfde reden gebruikt hij ook ijzeren draadnagels.
De plank waar Arie op zit is het tweede boord, de zijkant waarvan de eerste al provisorisch met lijmklemmen op z'n plaats zit. Pas dan tekent hij de ronding af en gaat zagen.




De ronding ontstaat door de buiging van de bodem. De planken worden 'koud' gebogen (dus niet gestoomd) met hulp van twee prachtige 'dommekrachten' aan voor- en achtersteven en een aantal balken tussen plafond en bodem. Die 'kelderwinchen' zijn antiquarisch, ooit volgens mij door een smid gemaakt van balkhout en smeedijzer. Hier is goed te zien hoe ze er uit zien. De volle spanning van de bodem en boorden blijft dus aanwezig in het eindresultaat. Alleen het langdurig 'wateren' zal dat temperen. 
Het zal niemand verbazen dat ik na het zien van Arie's werk met moeite mijzelf kan weerhouden om een kuub Noord Europees grenen te bestellen.



11 april, 2013

EERSTE KIEVITSEI in de regio...



Wat zijn dat toch een vreemde vogels, die kieviten! Vertoeven ze in een geweldig groene oase ver van de Randstad leggen ze hun eerste ei in de opgedroogde blubber.
De 'eerlijke vinder van het eerste echte ei van de regio' is Jan Honcoop, Jan en zijn broer Maarten hebben in 1995 ons huis verbouwd onder supervisie van hun pa Piet. Maarten is een fervent sportvisser en vangt nog wel eens iets groots en komt dan met een foto in de streekblaadjes, maar Jan ben ik daar nooit eerder in tegengekomen. In mijn fotoboek over de verbouwing in 1995 zijn Jan en Maarten een paar keer vereeuwigd.




Op de foto boven staan Maarten, Jan en ik te rukken aan een stuk van het oude dak, dat gooiden we daarna in z'n geheel in de container. Je zou het niet zeggen, maar de broers zijn een tweeling! Het zijn nog steeds geweldige werkers, die met z'n tweeën het ene na het andere huis neerzetten.
Op de foto beneden (1995) is Jan bezig de 'regels' van 9 cm hoog op de dakplaten te spijkeren. Ik weet dat Jan nu dezelfde problemen heeft als ik -hij mist ook een nier- maar aan zijn werkdrift is dat niet te zien. Jan is een verwoed vogelaar, hij fluit zelfs vogeltjes na die ik niet eens ken. Alleen met de kennis en geilheid voor het metier zoals hij dat heeft is een ei te vinden in zo'n troosteloze vlakte. Je moet de vogels volgen, de plek in je geheugen griffen en niet loslaten totdat je het nest hebt gevonden.



10 april, 2013

TOCH MAAR WEER ZELFBOUW...



Na de eettafel is er nu ook een bureaublad in de maak voor V. ook weer van vloerdelen met wat rook en waterschade, maar goed bruikbaar. Niet gebarsten of vervormd. Ze zaten wel nog voor een deel in elkaar, gelukkig niet al te best verlijmd. Met enige moeite en gekraak kreeg ik ze uit elkaar. Het blad wordt een stuk kleiner dan de vorige, de delen gebruik ik nu niet in de lengte richting, maar als korte stukken naast elkaar, dat leek mij visueel aantrekkelijker.
Ik had die korte stukken aan de kopse kant natuurlijk met LAMELLO'S aan de smallere rand kunnen verlijmen, maar ik heb gekozen voor messing en groef. De delen zijn 18mm dik, de messing en groef gelukkig opgedeeld in 3x 6mm. Met één nieuw aangeschafte gleuven frees van 6mm kon ik alles maken.
De frees die ik gebruik heeft een goede diepte instelling, maar bij een stationaire opstelling heb je daar niets aan. Het was dan ook eindeloos pielen om de juiste hoogte instelling te krijgen. Bij mijn helaas ter ziele gegane oude MAKITA machine ging dat simpel, via een ingebouwd stuk draadeind en een knop met moer draaide je dat ding zo omhoog.
Er is voor mijn FESTOOL een prachtige module te koop, waarmee je kan doen wat ik wil. Dat ding kost tussen de 500 en 600 euro en past ook precies in een onderstel dat nog eens zoveel kost. Ik heb dan ook besloten het weer zelf op te lossen.




Als basis en dus ook werkvlak gebruik ik een plaat acryl van een cm dik, dat is vlak, glad en goed te bewerken. Daarop is de frees vastgezet met twee verzonken boutjes in de daarvoor bestemde gaten met schroefdraad. Om de machine heen heb ik een juk gemaakt waardoor ik op de juiste plek (de plek die FESTOOL zelf ook gebruikt) door middel van een draadeinde met knop de frees op de juiste hoogte kan brengen. Dat stuk draadeinde en de knop plus binnenwerk zijn van de oude MAKITA. De twee rvs staanders met flens had ik (alweer) liggen evenals het stuk massief daar bovenop. Na één dag zagen, boren en draadtappen heb ik precies wat ik miste! 
De foto boven laat de onderkant zien zoals ik het monteerde, de foto beneden is zoals die er in gebruik uit zal zien.
De langs en dwarsgeleiding moet ik nog maken, dat is de volgende stap.



07 april, 2013

EEN TIED VAN KOMEN EN EEN TIED VAN GAAN



Het leek vandaag warempel wel het begin van de lente. Een heerlijk zonnetje, gevleugelde vrienden met nestmateriaal als aanloop tot een nieuw leven, maar ook leed.

Op mijn ochtend wandelingetje lang het pad kwam ik een Blauwe reiger tegen die niet wegvloog. De rechtervleugel hing er gebroken bij. Een triest gezicht zo'n trotse vogel die niet vluchten kan. Het verkeer op de dijk is een killer voor zwaargewichten die te laag overvliegen. Ik heb de reiger een omheind stuk land op kunnen jagen en heb thuisgekomen de dierenambulance gebeld. Maar voor een reiger komen ze niet uit Den Bosch. Ik kreeg het advies de vogel te vangen en in een doos naar een dienstdoende dierenarts te brengen om het beestje met een spuit uit z'n ellende te halen. (Ooit geprobeerd een reiger te vangen?)
Ik heb het niet gedaan, die reiger zal een natuurlijke dood te gemoed gaan, niet leuk maar eerlijker dan een spuitje. Er is zelfs een heel klein kansje dat hij met één vleugel overleeft, ik heb dat eerder gezien met een gans.

Vanmiddag kwam L. binnen met een vink, een dode vink, de ogen al niet meer helder. Ze vond hem tussen  zakken tuingrond en een emmer vogelvoer onder een afdakje. Helemaal gaaf, geen breuk of bloed te zien. Wellicht een fout afgelopen ruzie met een rivaal, misschien gewoon 'zijn tied om te gaan.'

05 april, 2013

WEER WAT GELEERD... / Cove cutting

Voor de techneuten en andere belangstellenden onder mijn lezers.



Vriend Frans kwam met een vraagje: "Behrend kan jij acht van deze dingen voor mij maken?" Wat hij mij liet zien was een grijs verweerd stukje hout met een groef erin. Een armleuning van een buisstoel.  De buis zo vertelde hij heeft een doorsnede van 22,5 mm. De uitholling in het hout moet daar dus op passen. In eerste instantie dacht ik: "daar moet ik een frees voor kopen", want zo'n model/maat heb ik niet in huis. Voor een frees van 22 mm geschikt voor hardhout moet je al snel een honderdje neertellen.

Vanmorgen schoot mij te binnen dat ik een jaartje geleden op internet iets tegen was gekomen dat ik nu zou kunnen gebruiken. Gelukkig had ik de URL aan mijn bladwijzers toegevoegd en kon ik de procedure opnieuw gaan bestuderen. Het betreft het maken van een uitholling/gleuf met behulp van de cirkelzaag. Het principe is dat je met het materiaal diagonaal over het zaagblad heen gaat. De man die het beschrijft heeft zelfs een tabel gemaakt om als richtlijn te kunnen gebruiken. Daaruit kon ik ongeveer aflezen onder welke hoek ik moest werken. 





Het geluk was met mij, met slechts een beetje verschuiven was mijn eerste instelling goed, dat moet toch ervaring en intuïtie zijn, want ik heb het nooit eerder gedaan! Je moet het wel in een paar stappen doen, in dit geval drie. In drie stappen het zaagblad omhoog tot de juiste diepte is bereikt.




Het hout dat ik gebruik is uit mijn voorraad hardhout van gesloopte pallets, vandaar de zichtbare spijkergaten, maar die komen aan de binnenkant te zitten. De nogal ruwe balkjes heb ik eerst op maat gezaagd, geschaafd en met de frees afgerond.






De buis past er perfect in. 
Dan op lengte zagen en er met het zaagblad op 45˚ een hoekje afhalen.




Die 45˚ hoek op de grote schuurschijf wat grof afronden en op het smalle band machientje afmaken.






Op het eindresultaat mag ik best trots zijn, al zeg ik het zelf. Ik had nooit gedacht in staat te zijn met de cirkelzaag zo'n mooie uitholling te kunnen maken.




03 april, 2013

TOEN IN MOKUM...





Op 20 februari kreeg ik een mailtje met de volgende tekst:

 Beste Berend,
Je zult je misschien afvragen wie jou een mailtje stuurt. Wel, je oude collega van de fa. Michels, Hans Mulder.
Vandaag was ik iets aan het zoeken op internet en kwam daarbij jouw verslag tegen over Decora,. Een leuk en  mooi verslag van hoe het toen toe ging.

Dan volgt er een heel verhaal met uitleg en herinneringen, maar die kan hij beter zelf vertellen.

Op 9 maart kwam de volgende verrassing: 

Beste Berend,

Het is al weer een hele tijd geleden dat ik om de zoveel tijd de naam Marcuse en het woord 'glaswol' op internet invoerde. Helaas steeds zonder resultaat. Ik gaf de moed echter niet op en tot mijn grote verrassing ontdekte ik een paar maanden geleden op internet (in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam) jouw blog! 

Het was een feest der herkenning want ik werkte óók bij de firma Marcuse en óók zelfs een tijdje bij de firma Decora! Ik weet jou zelfs nog heel goed te herinneren ...en dat iemand me toefluisterde dat je beeldhouwer was!... Lach niet, dat laatste gegeven maakte dat je nóg meer indruk op me maakte!... ;-)
De periode bij Marcuse ben ik, net zoals jij, nooit vergeten. Het was, althans voor mij, elke dag een verrassing wat voor moois we weer zouden gaan maken. 

Op 11 maart heb ik de driehoek rond gemaakt, Emily, Hans en ik hebben in dezelfde periode bij de beide bedrijven gewerkt, de één wat langer dan de ander. We blijken veel gemeen te hebben, maar zijn ook zo onze eigen weg gegaan. Onze herinneringen gaan nu in drievoud rond en zoals altijd maakt het één het andere los. 
Ik had ooit gehoord dat de 'baas' van MARCUSE niet meer leefde, maar Emily heeft hem opgespoord en het eerste schriftelijke contact is er geweest.
Over de firma MICHELS / DECORA is niet veel te vinden, maar Hans heeft een fantastisch geheugen.  Ik heb hem aangemoedigd een eigen blog te beginnen en daar is hij vandaag mee gestart.

02 april, 2013

EEN H TEVEEL in BEHREND...





De baby op de aquarel hierboven ben ik maart 1946, dus nog geen  jaar oud. Hij is gemaakt door de broer van mijn moeder die ook mijn geboorte kaartje maakte voor zover ik weet. Hij wist dus hoe mijn ouders mij vernoemden. Toch schreef hij onder de tekening Behrend en niet Berend Peter. Ik heb hem er nooit over gevraagd, ook niet waarom hij hogenesch als één woord schreef. Dat zijn toch echt twee woorden!





Eén van mijn oudste vrienden schrijft mijn naam ook altijd met een 'h', vandaag was hij op bezoek en ik vroeg hem waarom hij dat toch altijd deed. Hij zei dat hij mij ook 'van' Hogen Esch noemde, (maar dat schreef hij nooit) hij vond de 'h' en 'van' bij mijn dubbele voor- en achternaam passen! Hij dichtte er een zekere standing aan toe. Die standing heb ik/hebben wij niet, we zijn ook niet van adel, maar onze dubbele naam zorgt nog steeds voor verwarring. Twee weken terug was ik bij een vervanger van onze huisarts, hij had verwacht een vrouw te ontmoetten, mevrouw (van) Esch!



30 maart, 2013

TAFELBLAD op POTEN



Het is geen fantastisch plaatje, maar geeft wel weer hoe de tafel er met verchroomde poten uitziet. Wij zijn dik tevreden en vinden het mooi. Het kastje in de vensterbank en de twee houten dingetjes links daarvan zijn ook van mij.

29 maart, 2013

MET DE HAND GEMAAKT



Met de hand gemaakt, 
Hand Made, Lang leve het ambacht.

De titel van deze tentoonstelling in het Rotterdamse museum schept verwachtingen. Verwachtingen die wat mij betreft niet helemaal waargemaakt worden. 
Het is wel een mooi gemaakte tentoonstelling, er is heel veel te zien, maar of de lading de titel dekt betwijfel ik. Het is moeilijk te zeggen of uit te leggen waarom ik er zo over denk. 
Aan het begin van de tentoonstelling mag je een printje meenemen waarop tien stellingen staan. In grote lijnen ben ik het met die stellingen eens en voor diegenen die mijn blog al een tijdje volgen zal dat dan ook geen verrassing zijn. Hoe verwarrend e.e.a. kan zijn laat m.i. stelling negen zien. De bediening van welke machine dan ook vereist vakmanschap, maar een ambacht zou ik het niet willen noemen. Ook in stelling zeven worden vakmanschap en ambacht in één adem genoemd, maar dat kan ook een slechte vertaling zijn.
Van eeuwenoude voorwerpen weet iedereen dat ze met de hand gemaakt zijn, machines waren er nog niet, maar laten zien hoe ze destijds gemaakt werden zou een meerwaarde aan de tentoonstelling geven. Zeker als je daarnaast laat zien hoe het nu gebeurt. In één van de vitrines staan tinnen vazen, een of twee van een paar eeuwen oud en twee glimmende vaasjes van nu. Verder geen enkele uitleg over hoe ze gemaakt zijn, terwijl daar toch heel wat over te vertellen is. B.v. dat je tin kunt gieten en daarna afdraaien, maar ook kunt forceren uit een plaat op een forceerbank. De eerste vazen zullen zijn gegoten, van die twee moderne weet ik het niet. Beide technieken zouden kunnen. Bij sommige opstellingen is wel enige uitleg in schrift of beeld, maar bij het meeste niet. Dat geeft verwarring.
Zoals de expositie nu in elkaar zit is er geen groot verschil met andere tentoonstellingen, want bijna alles wat een museum over het algemeen laat zien is met de hand gemaakt. Soms door een ambachtsman of vrouw die zijn of haar vak verstaat de andere keer het werk van een vakman of vrouw met bijzondere creatieve gaven.

Lang leven het ambacht, maar laat het dan ook zien zou ik willen zeggen.