Pagina's

19 februari, 2012

POPPEN



"Als ik een pop, of het restant daarvan vind, bewaar ik het. Zo ligt er al jaren ergens in de tuin een half gezichtje met een plukje haar. Het kwam boven met het 'uithalen van de sloot'. Het heeft er niets mee te maken, maar als ik het zie moet ik denken aan de beelden van Bergen-Belsen die ik ken."




Bovenstaande tekst is een deel uit een reactie die ik gaf op Jolie's weblog. Toen ik het nalas schrok ik er van, maar toen ik het hoofdje vandaag terugvond had ik weer dezelfde associatie. Het blijkt overigens geen half, maar een heel gezichtje te zijn. Ik denk dat ik van twee vondsten er één heb gemaakt, ik ga op zoek naar de ander.
Zolang poppen intact zijn, lief, schattig en gekleed als echte mensen, zijn het troetels met een hoog aaibaarheidsgehalte. Maar kinderen kunnen wreed zijn en een pop verminken of zelfs vermoorden net als in de grote mensenwereld.  Een pop kan ook zoek- of verloren raken, begraven of verbrand. Met een beetje geluk komen de restanten na jaren weer tevoorschijn. Ze kunnen dan alsnog de KLIKO in verdwijnen of zoals bij mij op een plek bewaard worden waar ze, met een beetje geluk, weer terug te vinden zijn.




Dit slechts drie centimeter groot porseleinen torsje is, als ik het mij goed herinner door Marion gevonden in een stroompje in de buurt van een porseleinfabriek aan de rand van Erfurt, toen nog DDR. Ze vond daar meer en gebruikte het voor haar werk. Maar deze tors is gewoon op de plank blijven liggen, te mooi om te verwerken.
Op de achterkant staat een nummer en bij de schouders zitten gaatjes om de armen te bevestigen. maar de benen zitten (voor een resterend deel) vast aan de romp. Het ziet er ook niet uit als een 'baby-popje', het zou leuk zijn te achterhalen waarvoor het ooit gemaakt is. 
Misschien dat de nieuwe site van Jolie uitkomst kan bieden.




18 februari, 2012

WATERKEFIR



Dit vriendelijk ogend mondje is de opening van een fistel in mijn lijf. Het slangetje van 20 cm voor het inbrengen van de  contrastvloeistof  om de fistel op de scan zichtbaar te maken verdween er helemaal in. Door die contrastvloeistof was goed te zien hoe grillig het verloop van de fistel is/was, het leek op de vertakkingen van een oude perenboom. (Zie ook foto bij link.) Via de fistel is maandenlang vuil van een ontsteking afgevoerd. De ontsteking was ontstaan in het gebied waar anderhalf jaar geleden een nier en ureter is weggehaald. De laatste weken is gebleken dat de bron aan het opdrogen is, er komt steeds minder vuil uit. Er is even sprake geweest van een (letterlijke) schoonmaakoperatie, maar die is afgeblazen omdat het middel in dit geval erger zou kunnen zijn dan de kwaal.
Volgens de deskundigen kan een fistel een leven lang open blijven, maar ook uit zichzelf weer dichtgroeien. Ik hoop dat dat laatste bij mij nu aan de gang is.

Ik geloof niet in sprookjes of 'toverdrankjes', alternatieve geneeskunde bekijk ik met argusogen. Ik sta er op z'n minst zeer sceptisch tegenover.
Begin december vorig jaar kwam onze buurvrouw met een uitgeprint verhaal en een schaaltje met een glibberige substantie; "dit is waterkefir en goed voor Berend, probeer het maar eens" zei ze. Ik had er nog nooit van gehoord, maar Lindsey kende het wel.
Sindsdien is L. druk doende de pot met kefir aan de praat te houden en te verversen en mij er elke dag minstens één glas van voor te zetten. Ik moet zeggen dat de smaak niet tegenvalt.





Maar de vraag is nu natuurlijk wel of het opdrogen van mijn fistel het gevolg is van het drinken van de kefir of dat dat ook gebeurd zou zijn zonder het wonderdrankje. Als ik een gelovig man zou zijn, lag het antwoord voor de hand. Maar voor een eigenwijs als ik blijft het een onopgeloste vraag.

Soms maakt 'het ergens in geloven' het leven een stuk eenvoudiger.

17 februari, 2012

Sportauto



Deze nonchalant geparkeerde witte sportauto voor het grootouderlijke huis in Bentveld was de trots van de man met de pet in Montycoat.
Hij hoorde ergens in de familie thuis, maar echt plaatsen kan ik hem niet. Ik denk dat de foto van begin jaren zestig is maar ook daar ben ik niet zeker van. Wat ik wel weet is dat deze man lang voordat ik met polyester ging stoeien zijn eigen 'cabrio' creëerde. Op het chassis van een niet al te snelle fabrieksauto monteerde hij een eigen ontworpen en gemaakte polyester carrosserie. Hij is er een aantal jaren mee bezig geweest. Of hij er veel mee gereden heeft weet ik niet.
Hij moet een positief model gemaakt hebben van, daarna mallen (negatief) en uiteindelijk daarin het positieve polyester eindresultaat.
Ik meen mij te herinneren dat ik de auto één keer gezien heb, misschien wel toen deze foto gemaakt werd, maar in de jaren zestig was ik ouder dan de twee jongetjes op de foto. Het zouden mijn broers kunnen zijn of neefjes. Wie het weet mag het zeggen.
Auto's met een kunststof carrosserie zag je in die jaren nog niet zoveel, die waren altijd van plaatijzer en meestal zwart gespoten. Een autofreak ben ik nooit geweest, maar nu heb ik er toch wel spijt van dat ik dat ding niet beter heb bekeken. Ik zou graag willen weten hoe hij 'm gemaakt heeft en hoe de carrosserie aan het chassis bevestigd was.
Maar de man met de pet in Montycoat zal hoogst waarschijnlijk niet meer in leven zijn, ik kan het hem niet meer vragen.

De foto straalt een ongekende rust uit, een auto zo parkeren kan niet meer, de Zandvoortselaan is een belangrijke verkeersader geworden met alle drukte van dien.


13 februari, 2012

SCHAATSEN



Zonder sneeuw en ijs geen echte Hollandse winter, ook ik denk er zo over. Een groot schaatsliefhebber ben ik echter nooit geweest, laat staan een fanaat. Tochten heb ik nooit gereden, verder dan rondjes 'krabbelen' ben ik nooit gekomen. Een 'overstap' maken was in mijn ogen een zeer gevaarlijke onderneming, daar begon ik gewoon niet aan. Op het ijs was ik een gevaar voor mijn omgeving en mijzelf.
Kortom: geen sportman maar een houten Klaas die beter toe kon kijken dan zelf de ijzers onder binden. Toch kocht ik een aantal jaren terug een 2e hands paar Noren omdat ik geen geschikte schoenen meer had om de ooit van mijn vader gekregen kunstrijschaatsen onder te kunnen klemmen. Van die schaatsen die je net als de 'rolschaatsen' van die tijd met een klemsysteem aan de zool van stevige schoenen kon klemmen.
Achteraf gezien niet zo raar dat ik alleen maar rondjes kon draaien!




Die Noren heb ik twee keer aangehad, de eerste keer was op de gracht van Heusden. Het aan-en uitdoen van die dingen nam meer tijd in beslag dan de paar honderd meter die ik er in een rechte lijn mee aflegde. De tweede maal was toen de Veense put dichtgevroren was en wij voor het eerst vanaf onze eigen steiger het ijs op konden, dat was een paar jaar terug. 
Ik was nog nooit zo bang als toen, voelde me onzeker, bang om te vallen (en dus iets te breken) en vertrouwde het ijs niet. Eigenlijk dorst ik (wij) geen stap meer te verzetten.
De afgelopen vries-periode kwam er ijs op de put en zelfs de rivier groeide dicht. De put is in het midden meer dan veertig meter diep en de rivier is altijd in beweging. Je moet dus echt goed weten wat je doet voor er een schaats op te zetten.
In de week dat het ijs groeide kon ik bij onze steiger en het riet zien dat er behoorlijke verschillen in waterhoogte waren en hoorde ik het ijs zingen en (poing) knappen.
Toch probeerden vanaf vrijdagmiddag mensen of het ijs sterk genoeg was. Op zaterdag waren dat er al meer en zondagmiddag gingen er voor onze deur hele families het ijs op. De foto van de schaatsers maakte Lindsey op zaterdag iets verder langs de dijk richting Andel. Het ijs ziet er goed uit, maar de vaargeul is nog open. Dat gaat goed zolang er niet te veel mensen 'op een kluitje' langs gaan.
Vandaag merkte buurman Gerard laconiek op dat er een groot wak aan het einde van zijn steiger was, of ik iets gezien of gehoord had. Nee dus, maar diep is het daar ook niet. Een nat pak meer niet.
Wij geven de pijp aan Maarten en bieden onze schaatsen te koop aan, maar tot nu toe is er nog geen echte belangstelling geweest, ze gaan gewoon weer terug naar zolder.



27 januari, 2012

DE MAN MET RODE SCHOENEN




In ons huis zijn drie paar schoenen, één paar leren laarzen, klompen en een stelletje teenslippers te vinden die van mij zijn. In m'n werkplaats staan nog wat rubber laarzen.
Overdag loop ik meestal op klompen omdat dat het makkelijks is, snel in en uit en dus geen modder in huis. Binnen draag ik al vele jaren hetzelfde paar 'Reisemarokkaner' , daarvoor waren het 'Espadrilles' in het begin de echte, meegebracht van vakantie. Ze lopen heerlijk, zijn goedkoop en kleurrijk, maar ook snel versleten.

De zwarte hoge leren laarzen boven in de kast zijn uit de winkel van Fred de la Bretoniere in Den Bosch, ik heb ze zeker meer dan tien jaar in huis. Met een beetje geluk heb ik ze één keer per jaar aan mijn voeten, maar dat geeft dan wel een jong en prettig gevoel.

Twee paar van de schoenen op de plank heb ik gekocht in Auckland,  Nieuw Zeeland. Dat moet 1997 geweest zijn, moccasins en juchtleren stevige stappers. Ik draag ze als mijn klompen 'echt niet kunnen' naar winkels en het ziekenhuis.

Voor de echt bijzondere momenten heb ik een paar schoenen van Jan Jansen, gekregen van mijn lief. Ze zijn voor mij in rood leer gemaakt. Het paar dat ik in de winkel van Jan Jansen in Heusden paste was zwart. Het leer is zeer soepel en het ontwerp zit vol kleine, onverwachte details. Het is het enige paar schoenen dat ik met schoenspanners in vorm probeer te houden. De prijs was nog in guldens, dus ook deze rode schoenen heb ik al meer dan tien jaar. Onze dorpsschoenmaker ROSA heeft de witte zolen twee jaar geleden vernieuwd, hij was zichtbaar trots op zijn werk.

Een van de eerste keren dat ik ze droeg was op een opening van het Groninger museum, voor een vriendin van L waar we na de opening logeerden ben ik sindsdien DE MAN MET DE RODE SCHOENEN

Ik hoop ze nog vele jaren met plezier te dragen.


P.S. 

Voorlopig heb ik schoeisel genoeg.


22 januari, 2012

FRANS ZWARTJES - Visual Training (1969)




Begin jaren zeventig zag ik voor het eerst filmpjes van Frans Zwartjes. Ik meen mij te herinneren dat dat in of boven een ruimte van de BBK was ergens aan een gracht in Amsterdam. Leunend tegen de muur of zittend op een houten keukenstoel namen wij de 16 mm zwart wit beelden gretig in ons op. Het spoorde mij aan ook te gaan filmen, eerst met een Russische Quartz camera met opwind motor waarin dubbel acht film zat die ik zelf ontwikkelde. Echt succesvol was dat niet. Het was behoorlijk pielen in het donker om de film op de ontwikkelspoel te krijgen, er kwam nogal eens licht bij. Op zich kon dat wel weer een aardig effect geven. Ook het laden van de camera moest op gevoel in het donker om de film niet vroegtijdig te belichten! De NIZO Super 8 camera die ik daarna van iemand kon overnemen was een stuk eenvoudiger te hanteren, de film zat in een cassette die je na belichten opstuurde naar KODAK en weer ontwikkeld per post thuis kreeg. Met beide camera's heb ik behoorlijk wat afgestoeid, maar op enkele fragmenten na is er niet veel bijzonders uitgekomen.

De films van Frans Zwartjes zijn nu te koop voor € 24,90 (2DVD), maar sommigen zijn tot mijn grote verrassing ook te zien op YouTube.

16 januari, 2012

ilovemyself



Beroemde fotografen hebben de meest prachtige erotische foto's gemaakt, meestal van een afstand en vaak met veel technische hulpmiddelen. Een gehuurd model of een vriend of vriendin namen dan een pose aan die fotograaf graag zag. Die foto's kwamen dan in een boek of werden in een museum tentoongesteld. Als 'kunstliefhebber' mocht je dan legaal genieten.
Het jezelf fotograferen en exposeren met professioneel resultaat is eigenlijk pas de laatste jaren goed mogelijk dankzij de digitale explosie, de meest simpele toestellen hebben vaak al fantastisch scherpe resultaten. Het een kwestie van klikken met de muis en de erotiek floept het scherm op.
Nog geen honderd jaar geleden moesten mannen erotische voorstellingen heimelijk in hun horloge verstoppen en konden vrouwen slechts via de 'roddeltjes' genieten van de geneugten van het leven.
De behoefte aan het genieten en beleven van erotiek heeft altijd bestaan en zal ook nooit verdwijnen. Harde porno gaat vervelen, goed gemaakte erotische prenten nooit.
Het internet staat bol van de pornografische en licht- of zwaar erotische foto's of filmpjes, maar zelden zijn het mooie plaatjes.
De site ishotmyself laat zien dat het ook anders kan, het zijn voornamelijk mooie vrouwen die zichzelf in de meest wonderlijke posities wringen om een shot van zichzelf te maken.
Ik denk niet dat vrouwen meer van zichzelf houden dan mannen, maar ik weet zeker dat hun lijf meer te bieden heeft dan het mijne, er valt meer mee te spelen.
Natuurlijk zullen we op deze site ook wel eens belazerd worden en slaan de pornobazen weer toe, maar plaatjes als deze zijn toch gewoon mooi en humoristisch?


13 januari, 2012

TRIX, je bent een schat...


foto AFP


Wat een prachtig kostuum, wat een mooie combinatie! Veel fraaier dan die saaie mantelpakjes waarin hooggeplaatste vrouwen zich doorgaans vertonen, van mij mag ze het alle dagen dragen.

Wat een stomvervelende, nodeloze en geldverslindende ophef heeft die arrogante blonde kwast weer veroorzaakt. Hoe lang moeten we nog wachten voor zijn 'gedogende' mede regeerders het lef hebben te zeggen wat Trix zegt: "echte onzin" (heer Wilders). Dat is geen politieke uitspraak, maar het uiten van een innerlijke overtuiging van een vrouw die weet waarover ze het heeft. Zij heeft in haar eentje meer fatsoen en respect voor anders denkenden dan die hele PPV bij elkaar en onze zogenaamde volksvertegenwoordigers van links en rechts mogen daar wel eens een voorbeeld aan nemen.

Wat een lullig gezicht, die blonde god met een keppeltje!

En voor het beter beheersen van een'vreemde taal' mag hij op 'uitburgeringscursus'.

09 januari, 2012

OESTERZWAM



Twee handen groot is deze Oesterzwam die ik vond aan de voet van een populier die ik een aantal jaren terug een meter of drie boven de grond afzaagde. Hij is flink aangevreten. Normaal denk ik dan meteen aan slakken, maar die zitten nu voor zover ik weet in de grond. Misschien pissebedden of muizen.
Aan de slootkant komen op borsthoogte een flink aantal nieuwe exemplaren, als die niet te veel door anderen opgegeten worden doen wij ze in de pan.
Niets lekkerders dan Oesterzwammen van eigen bodem of hout.


08 januari, 2012

SPERWER



De restanten van de smulpartijen heb ik al meerdere malen laten zien, voor het vastleggen van de maaltijd ben ik meestal te laat of niet snel genoeg.
Deze keer kon ik hem 'pakken', hij zat een meter of tien van mij vandaan op een bankje in de tuin. Ik zat binnen achter dubbel glas en kreeg genoeg tijd om een camera te halen om geheel ingezoomd deze plaat te maken. Ik was bang dat de scherpte door het glas niet voldoende zou zijn, maar dat valt best mee. Toen ik naar buiten liep om ook de prooi te kunnen zien hoorde ik alarmkreten van de vogels in de bomen en struiken. De sperwer stond ook plotsklaps doodstil, draaide toen zijn kop mijn richting op en verdween met z'n prooi over de dijk. Aan de kleur van de veertjes te zien die rond de plek des onheils lagen moet het een meesje geweest zijn.

03 januari, 2012

ZUURKOOOL op de valreep van 2011



Een keukenprins ben ik beslist niet, recepten lezen kan ik niet, d.w.z. ik onthoud ze niet, of verkeerd. Ik doe het liever zonder goedbedoelde aanwijzingen. Vaak gaat dat goed, maar niet altijd. Het schijnt met concentratie te maken te hebben. Zuurkool heb ik al vaak gemaakt.
Ik begin met aardappels, in dit geval heerlijke eigengeteelde rode, Franse "Chérie's". Die kook ik met wat zout in een grote pan, de grove worst die we er graag bij eten leg ik er meteen bovenop en keer 'm zo nu en dan. Als de piepers gaar dreigen te worden gaat de worst er even uit en leg ik de zuurkool (dit keer geen eigengemaakte) 'on top'. Meestal stop ik er dan ook een stuk zuurkoolspek bij, maar onze 'Super slager' grapte dat hij die pas volgend jaar weer had. Casselerrib was volgens hem een goede vervanger. Twee dikke plakken maakte ik om en om bruin en sneed die in plakjes.
Kool en aardappel koken wij nooit 'kapot' maar houden het een beetje 'knapperig'. Met een grove 'draadstamper' mengen we het een beetje. 
Ik wist dat er iets van 'bolletjes' in moesten en stooide fiks met zwarte peper, maar het hadden Jeneverbessen moeten zijn.
L. vond het resultaat zo appetijtelijk dat ze haar camera haalde en er een foto van maakte.
Achteraf gezien was de hoeveelheid vlees niet in verhouding tot de rest, we hebben er twee dagen van kunnen eten.

31 december, 2011

700 kalveren versus 't Speelhuis van Piet Blom



Het zijn kleine berichtjes, maar de laatste jaren zijn tienduizenden dieren door brand omgekomen. Kippen, varkens en nu weer 700 kalveren. Veel plaats in de krant krijgen ze niet, een enkele keer een foto.

De brand in Helmond is al twee dagen voorpaginanieuws en op de buis uitgebreid in beeld gekomen. 
't Speelhuis van Piet Blom met daarin een fantastische schildering van Har Sanders is totaal verwoest. De oorzaak is waarschijnlijk kortsluiting in een regel- of schakelpaneel. De brandmelders waren uitgezet omdat er 'wel eens' een rookmachine wordt gebruikt. Het lijkt mij tijd dat de regels en/of de apparatuur aangepast worden. Er zal maar brand ontstaan tijdens het gebruik van een rookmachine, als publiek denk je veilig te zitten.

Het gebouw kan worden herbouwd, maar de unieke schildering kan nooit meer opnieuw aangebracht worden. 't Speelhuis zal nooit meer hetzelfde zijn.

29 december, 2011

TJEEMPIE!



Een invasie van kerstmannen, klimmend tegen gevels en balkons of als stuurlui op de meest fantasievolle sleden en andere vervoermiddelen. Bij deze kerstattractie zelfs als helikopterpiloot en swingend op een schommel. En niet te vergeten de lichtjes in vele kleuren en grote hoeveelheden, hoe meer hoe mooier lijkt het devies. Wat wij niet eerder zagen waren fel-blauwe, bijna fluoriserende soms ook nog knipperende snoeren met lampjes. Al dat fraais begon in het grensgebied met België tot in de buurt van Troyes in noord-oost Frankrijk. Het leek of hele dorpen met elkaar wedijverden.
En kerststallen in alle maten te kust en te keur. De bewoners van het huis op de foto hadden drie stalletjes gemaakt. Jammer genoeg zagen we deze uitstalling niet brandend en/of bewegend.
Tegenover de camperplaats in Givet, stond een huis zo vol gehangen met lampjes in alle kleuren van de regenboog, lopend, flitsend of stilstaand, dat het wel de dorpskermis leek. Wat een energie moet dat alles verslinden!

Het was tweede kerstdag zo zonnig dat we buiten konden zitten lezen op de bijna uitgestorven camping waar we stonden. Ik las bijna in één adem 'TJEEMPIE!' uit geschreven door Remko Kampurt in zijn eigen nieuwe spelling. (1968) Een kado van de Sista aan Marion zo staat erin geschreven. Een heerlijk boekje waar ik mij niets meer van herinnerde.

Bij thuiskomst zag ik onderstaand berichtje dat mij toch wel enigszins liet gniffelen, over energie gesproken.

23 december, 2011

1979-2008

1979



Ik zou er nu echt niet meer aan beginnen, het idee alleen al maakt me moe. Toch kochten wij deze opstallen plus grond in 1979 en maakten er iets moois van.
"Wat moet je met dit kippenhok?" vroegen goede vrienden toen ze het zagen.
Geen 'Veense' zou het gekocht hebben, wisten de schilders, die ons huis recent onder handen namen, ons te melden. En zij kunnen het weten want zij zijn in dit dorp geboren.
Ik moet zeggen dat ik toen gelukkig de ellendige staat van het huis en de schuur niet zag, ik zag een in mijn ogen enorme lap grond met twee opstallen waar 'best wat van te maken' was. Nu, na meer dan dertig jaar begrijp ik die opmerkingen van toen wel, maar ik ben blij dat ik/ wij toen zo naïef en onbezonnen waren.
Het waren zeker geen jaren van alleen maar noeste arbeid; als er geld was, pakte ik 'een stukkie an'. Alleen het hoognodige deden we in het begin. Ons eigenlijke werk stond voorop, het huis kwam op de tweede plaats.
Onder alle omstandigheden hebben we er goed kunnen werken en wonen en dat is nog steeds zo. Sommige ruimtes worden nu anders, maar met evenveel plezier gebruikt.
Het blijft natuurlijk een dijkhuisje, met niveauverschillen die ons op den duur op zouden kunnen breken. De 'tuin' is onlosmakelijk verbonden met ons leven, maar we beseffen dat er een moment komt dat we het niet meer kunnen bijbenen. Het zij zo.
Eigenlijk willen we in dit 'kippenhok' oud worden, vergrijzen en desnoods dementeren. Daar zijn we al mee begonnen, maar kijken nu het nog niet te laat is ook naar alternatieven.
Een grote wens is een huis met uitzicht over de rivier, maar dan wel een drukbevaren rivier zoals de Waal, opdat het ooit 'achter de geraniums zitten' een leuke en zinvolle bezigheid wordt.






2008

09 december, 2011

"Bericht aan de overlevenden 1967"


Ergens begin jaren zestig deed ik een beroepskeuzetest. Ik wilde niet langer in een klas zitten en voor mijn gevoel onzinnige dingen leren. Wat ik wel wilde, was ook niet echt duidelijk. Het werk dat een oom van mij deed, beelden maken van klei en was, trok mij bijzonder aan. Aan beeldende kunst had ik wel 'geknabbeld', maar een kenner was ik beslist niet. Mijn moeder deed een poging mij op de dagschool van de IVKNO te krijgen, maar die mislukte omdat mijn vooropleiding daar niet voldoende voor was. De volgende stap was een beroepskeuzetest, die vond plaats in een gebouw tegenover de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De uitslag was nogal gespleten, maar dat ik 'iets met m'n handen' moest doen lag er zeer dik bovenop! De deskundige achter het bureau had een paar suggesties...
Van Hotelvakschool via drukker en instrumentmaker naar het vrije beeldende beroep!
Die vakschool viel meteen al af, daarvoor was mijn vooropleiding ontoereikend. Als een soort zombie zat ik daar. Werken in een drukkerij trok mij helemaal niet en het maken van instrumenten ging 'boven mijn pet'. Gewoon lekker met mijn handen klooien trok mij het meest.
Gelukkig had de man achter het bureau ook een la met vacatures en daaruit trok hij een bedrijfje dat mij wel wat leek: de firma MARCUSE in de Spuistraat, een atelier waar 'etalage-decoratie' werd gemaakt. Ik heb er twee jaar gewerkt. De eigenaar-directeur kwam uit de danswereld, zijn moeder die 'boven de zaak woonde' kwam om twaalf uur met de lunch naar beneden.
Het was mooi maar ongezond werk, weet ik nu. Wij werkten met losse glasvezel (engelenhaar noemden we dat), dat wij met onze handen rond gesoldeerde draadmodellen modelleerden. Als bindmiddel gebruikten we - in grote hoeveelheden aangemaakt - behangsellijm.
Er werkten zes mensen: de baas met zijn rechterhand, een Japanse vrouw die prachtige, subtiele pruiken maakte en met baas Jaap voor nieuwe ontwerpen zorgde, dan drie mensen zoals ik die de productie maakten en een onnavolgbaar figuur die Sjaak heette en die de nieuwe draadmodellen in elkaar soldeerde, maar ook de door ons gevormde figuren van de vorm los moest knippen. Dat is dus knippen in glaswol met alle gevolgen van dien. Voor de afwerking was er een andere Jaap, die gaf met in water oplosbare levensmiddelenverf de figuren blozende wangetjes en zorgde voor de verzending.
De Japanse vrouw, Emika was haar naam, bleek - zo leerde ik later - de vrouw te zijn van de beeldhouwer Han Rädecker, een telg uit de bekende beeldhouwersfamilie.
De twee meiden waarmee ik samenwerkte bleken op de avondopleiding van het IVKNO te zitten, een voorbeeld dat ik snel volgde.
Sjaak en Emika heb ik nadien nooit meer gezien, maar Jaap 2 kwam ik in een volgende baan weer tegen. De meiden 'zag ik nog wel eens' en de baas Jaap pleegde zelfmoord, zo hoorde ik een paar jaar later.
Ondanks het ongezonde werk dat ik er deed, heb ik er veel geleerd en zonder het zien van het in elkaar solderen van die draadmodellen, had ik b.v. nooit "Bericht aan de overlevenden, 1967" gemaakt.
Ik ben mijn moeder dankbaar dat ze mij van school haalde en een beroepskeuzetest liet doen.

08 december, 2011

Bentveld 't LIS



Bijna twee jaar geleden schreef ik een stukje over 't LIS onder de titel 'De kracht van wortels'. Begin deze week reageerde iemand die om de hoek aan de Westerduinweg woont (in het huis van de familie Heiligers, de bakker) en de mensen kent die in het rechterdeel van het huis wonen. Die mensen hebben volgens hem hun deel weer zover mogelijk in de oude staat gebracht en weten ook al veel over het huis en de vroegere bewoners. De man die mij schreef is op zoek naar foto-materiaal over zijn huis en de huizen in de buurt.
In één van de twee doosjes met glasnegatieven (in hoofdzaak Adrie als kind) zat ook deze van het huis nog zonder aanbouw. Het huis ernaast is nog niet af. Bij een bevriende fotograaf met een grote scanner lukte het om een mooi positief te krijgen.
Weet iemand wanneer het huis gebouwd is? Volgens de eigenaar van 'rechts' is al na tien jaar na voltooiing de aanbouw gebouwd.
Leuk toch dat er belangstelling is voor ons 'jeugdhonk'?
Alle gegevens zijn welkom, in een reactie of via mail.

HET VORIGE STUKJE IS HIER TE VINDEN.

07 december, 2011

WENSKAART



Vanmorgen lag dit plastic zakje in de brievenbus. 
Inhoud: het restant van de adreszijde van een enveloppe met ongestempelde December zegel en een kaart van TNT post. De tekst spreekt voor zich.
Het zal de eerste wenskaart van dit jaar zijn, maar wie de afzender is... geen idee!
In ieder geval niet iemand die weet hoe het met onze namen zit.

Enig idee...?


06 december, 2011

EURO versus GULDEN


Ik voel mij rijk met deze heerlijke biljetten!


Totaal onverwacht kwam zij langs de lieve Sint! 
Een prachtig ingepakt cadeau mét gedicht wierp zij op mijn bureau. Een doos vol geld, oud en nieuw of zo u wilt nieuw en oud, want houden wij die euro nou of gaan wij terug naar de gulden? Wat de kleur van de biljetten betreft maakt het mij niet zo veel uit, maar hadden we ook niet een geel vijftig gulden biljet en de vuurtoren van 250, om het duizendje niet te vergeten. En hebben we nu niet een vijfhonderd euro velletje?
Wat een gedoe toch met Europa en de euro. Ik was voor een verenigd Europa met één munt, maar ik ben bang dat we er nog niet aan toe zijn en er nooit aan toe zullen komen. Noord en Zuid passen doodeenvoudig niet in één tent omdat de omvang en aard van de bagage te veel uiteen loopt. Misschien moeten we weer terug naar de eigen valuta maar ook de grensposten om het echte gevoel van reizen weer terug te krijgen, want laten we eerlijk zijn; die lege hokjes op desolate plekken geven mij nou  niet bepaald het gevoel van een tevreden, verenigd Europa.

05 december, 2011

Parrotia persica / Perzisch ijzerhout



Ruim een week zag ons huis eruit alsof wij aan het inpakken waren voor een grootschalige verhuizing. Overal dozen vol boeken en 'spulletjes'. Maar wij willen en gaan voorlopig niet weg uit ons paradijsje.
Onze leefruimte was toe aan een 'opfrisbeurt', het halletje, keuken, boekenkamertje, woonkamer en mijn 'kantoortje' zijn door Huib en Kees grondig onder handen genomen. Al het houtwerk gegrond en afgelakt en de muren twee maal 'gesausd'. Het is de eerste keer na de verbouwing dat professionele schilders het binnenwerk doen, ik was gewend dat zelf te doen of samen met mijn partner. Maar nu zie ik tegen dergelijke klussen huizenhoog op en ben blij dat we het kunnen laten doen! Ik heb me dan ook zoveel mogelijk (niet altijd even makkelijk) bewust in mijn eigen werkplaats teruggetrokken. In die werkplaats ben ik lekker aan het stoeien geweest met hout. 

Ik was op bezoek bij Jurriaan de schalendraaier en kreeg een metertje stam van de volgens hem: Perzische IJzerhoutboom. Het is een beetje saai wittig hout met grijze strepen maar lekker om te draaien. Het kommetje hieronder heb ik 'kops' gedraaid.
Jurriaan bracht mij op een dwaalspoor wat de naam van het hout betreft, want nergens kan ik een Perzische IJzerhoutboom vinden, maar wel Perzisch ijzerhout (Parrotia persica), er staan er meer om ons heen dan wij weten. Ik kreeg ook een paar stammetjes Goudenregen, hout met een prachtige bruin/geel/goudkleurige kern, ik zal er later over berichten.


21 november, 2011

Brutale ekster


Voederplankje en camera zijn sinds een paar dagen weer geïnstalleerd. Vanmiddag kwam voor het eerst een ekster een graantje meepikken. De vogel bleef lang genoeg nieuwsgierig om een leuk plaatje te maken. 
Eksters zijn herrieschoppers en rovers, maar zeer zeker ook prachtige/krachtige dieren.

20 november, 2011

IKKE,IKKE en DE REST KAN STIKKE....

De kapitalistische wereld is zijn doel voorbij geschoten, de rijken worden steeds rijker en de armen blijven staan op nul. Geld maakt geld, gedekt of niet. Geldbedrijven maken winst, zeker als het mis gaat. Op een enkele gepakte 'sukkel' na krijgen bankiers nog steeds riante salarissen en bonussen als ze weer een nieuwe sluipweg in de wereld van het digitale geld gevonden hebben. Als het misgaat zij niet zij, maar de beleggende/sparende burger c.q. pensioenfonds (en daarmee weer de burger) het haasje. Dat tegen deze al vele decennia lang bestaande 'Big Brother' eindelijk een beweging is ontstaan kan ik alleen maar toejuichen. Een beweging die wat mij betreft mag uitgroeien tot een 'wereldwijde burgerlijke ongehoorzaamheidsoorlog'. Volgens dit kaartje van de site van OCCUPY AMSTERDAM gaat het ook die kant op.



 

Het probleem is echter dat wij het in onze welvarende wereld en daar horen nu ook delen van Afrika en Azië bij, veel te goed hebben dankzij het kapitalisme en dat het grootste deel van die bevolking niet inziet dat het eindig, is op z'n minst aan verandering toe is.

Op de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie heb ik nooit gestemd, ik heb er nimmer binding mee gevoeld. Het was niet 'mijn pakkie an'.
De laatste jaren wordt mij steeds duidelijker waarom.
Stond de partij vroeger voor de omhoog geklommen, hardwerkende middenstander met nauwelijks enig politiek benul en als credo: "zolang ik mijn mond hou gaat het goed en loop ik geen gevaar", nu laten de politiek actieve fractieleden hun ware gezicht zien. Het gezicht wat hun 'afvalligen', Wilders en Verdonk al langer aan de buitenwereld tonen.
Dat er naast de -broodnodige- samensmelting van de wereldbevolking een 'verklontering' in het kapitalisme plaatsvindt zien ze niet omdat ze er driftig aan meewerken, dat het hun 'business' ook raakt zien ze nog minder. Een beweging in de wereld als 'OCCUPY' mag dan ook even een lastige bemoeial zijn, die even mag schreeuwen maar dan snel moet verdwijnen.
In Amsterdam staat het tentenkamp van de Occupy-activisten op het beursplein, middenin het centrum van de geldhandel en het uitgaansleven en niet te vergeten de detailhandel. Voorlopig mogen ze daar blijven.
In Den haag staat de tenten op het Malieveld, een grasveld bestemd voor circus, kermis en demonstratie, ver van de middenstandswereld. Natuurlijk zullen er tussen de demonstranten ook mensen zitten die om welke reden dan ook een uitkering krijgen. Die uitkering krijgen ze ook als ze thuiszitten, over straat lopen of op vakantie gaan. De Haagse VVD- fractie wil dat de uitkering van Occupy-activisten wordt afgepakt want: "Wie lang in de kou kan kamperen, kan ook zijn eigen geld verdienen". (Wat een drogreden). De fractie wil zelfs dat de gemeente er sociaal-rechercheurs op af stuurt, want: 'de mensen moeten zelf weten of ze op het veld kamperen, maar niet op kosten van de belastingbetaler". Wat een misselijkmakende kleinzieligheid. Demonstreren is een recht van iedereen, ook van uitkeringstrekkers. De VVD wil geen aanpak van de uitwassen van het kapitalisme, ze zit er zelf teveel in verweven. De gewezen Volkspartij steunt die uitwassen, erelid Gerrit Zalm is daar een voorbeeld van.

14 november, 2011

Close-up from the air: Rena salvage mission




Omvallende LEGO blokjes, daar lijkt het nog het meeste op. containers worden vastgezet met een Twistlock op alle vier de hoeken. Dat gebeurt op vrachtwagens, treinen en schepen. Op schepen worden ze ook nog eens gestapeld, onderling gekoppeld door diezelfde Twistlock's. Dat vrij nietige koppelingetje blijkt sterk te zijn als het door de sjorder goed is aangebracht. 
Toch kan een container als de krachten te groot zijn, b.v. door het rollen van het schip tijdens een krachtige storm, los slaan en overboord gaan. De container kan dan als zelfstandig drijvend object zijn reis voortzetten en vervolgens ergens stranden of door het geweld van de storm uiteen slaan en zijn lading de vrije loop geven.
Op dit filmpje van de RENA is te zien dat er al een aantal zeecontainers verdwenen is (er zal maar jouw complete inboedel inzitten die je als emigrant hebt verscheept), maar het grootste deel is nog aan boord. Een deel daarvan hangen in een prachtige boog als LEGO blokjes aan elkaar, reken maar dat daar behoorlijk wat spanning op staat.
De meeste olie is nu uit het schip gehaald, ik ben benieuwd hoe ze die containers er af gaan halen en of de inhoud nog intact is!

07 november, 2011

DIENSTPLICHT

 
 
Ergens begin 1965 kreeg ik een 'oproeping ter inlijving', oftewel de oproep om tot de militaire dienst toe te treden. Het was een kaart waarvan ik wist dat die zou komen, omdat de dienstplicht nog bestond. (Sinds 1997 is de opkomstplicht opgeschort, niet afgeschaft.) Een plaatsbewijs voor de trein naar de kazerne in Bussum was toegevoegd. Dat plaatbewijs plus verrekenstook heb ik nooit gebruikt.
 
Al lang voordat die kaart in de bus viel was ik bezig met de vraag 'hoe daarop te reageren'. Ondanks het 'soldaat geweest zijn' van mijn vader was ik opgegroeid in een anti-militairistische omgeving. Het doden van een medemens in opdracht van een overheid was 'uit den boze'. Dienst weigeren was voor mij de aangewezen weg.
Op de academie waar ik net was begonnen hoorde ik andere geluiden van medestudenten.  Dienst weigeren was niet aan de orde, maar 'herkeuring', het bereiken van de S5 status (ongeschikt voor dienst) was populair, hoewel ik moet zeggen dat er meer over gezwegen dan gesproken werd.

Ik besloot beide paden te bewandelen; herkeuring aanvragen en een beroep te doen op de wet gewetensbezwaren.
 
 


De medische-keuring (februari 1964) in de Oranje Nassau Kazerne aan de Mauritskade te Amsterdam was mijn eerste kennismaking met 'mannen in uniform' en jongens die dat graag wilden worden. Die oppervlakkige-, lichamelijke keuring stelde weinig voor. Tijdens de keuring droeg ik een schots, wollen mutsje met pompon, alleen de man aan de lengtemeetlat vroeg mij mijn muts af te zetten. Het 'addertje' zat in het 'persoonlijk gesprek' dat je als laatste met een geüniformeerde kreeg. De taak van die man was je ergens 'in te delen', niet om jouw eventuele bezwaren aan te horen. Tegen mijn wil in besloot hij mij tot chauffeur van een ambulance te maken. Ik zou dan niet behoeven te vechten en mijn rijbewijs had ik  al. Mijn reactie dat ik ook dat niet wilde begreep hij totaal niet.
 
 

Op 12 februari 1964 werd ik GESCHIKT bevonden om als dienstplichtige 'onder de wapenen te gaan'.
In een brief van 4 februari 1965 vraag ik om herkeuring (overigens op grond van vage klachten die ik nog steeds heb).

Het 'dienst weigeren' was wat gecompliceerder, want hoe pak je zoiets aan?
 
 

Mijn vader stuurde mij daarvoor naar een oom, want die zou weten bij wie ik terecht zou kunnen. Eigenlijk waren het in die jaren alleen de Jehova Getuigen en een enkele eenling zoals ik, die zonder de bijbel in de hand op grond van 'eigen' gewetensbezwaren een beroep deden op de Dienstweigeringswet.
Van oom moest ik een brief schrijven naar een zekere INJA. Die meneer Inja van de Doopsgezinde Vredesgroep stuurde mij als antwoord een briefje met een adres en de naam van iemand die mij verder zou kunnen helpen. 
 
Het aardige is dat in dat briefje staat dat de betreffende meneer voorlichting geeft aan 'buitenkerkelijke jongens'! Over mijn non-kerkgang moet ik dus in mijn briefje aan Inja iets geschreven hebben.
Maar de Vredesgroep heeft mij op het goede spoor gezet dat uiteindelijk leidde tot de uitnodiging om op 1 juli 1965 voor DE COMMISSIE op het Ministerie van Defensie te verschijnen. De vragen die mij door de Hoge Heren in Intimiderende Uniformen gesteld werden waren te dwaas voor woorden en deden mij denken aan slechte Amerikaanse films waar rekruten door een 'meerdere' afgeblaft worden. Bijvoorbeeld de stupide vraag wat ik zou doen als mijn moeder of vrouw aangevallen zou worden; lijdzaam toezien of terugslaan. Natuurlijk zou ik terug meppen maar niet in zijn opdracht! Dat subtiele verschil ontging de uniformen totaal.
Bij het verlaten van het ministerie had ik dan ook het gevoel de slag verloren te hebben.
 
 



Ondertussen liep ook de 'herkeuring' (daar weet ik niets meer van) en kwam in augustus 1965 het verlossende bericht dat ik na een nieuw geneeskundig onderzoek VOORGOED ONGESCHIKT werd verklaard. Op 13 augustus blijkt dat ik 'wegens gebreken' als gewoon dienstplichtige ben ontslagen. (Hoe kan dat als je nooit bent aangenomen?) Drie dagen later krijg ik te horen dat; 'gelet op mijn ontslag als gewoon dienstplichtige' mijn verzoek om toepassing van de Wet gewetensbezwaren buiten verdere behandeling wordt gelaten.

Ik kon zonder onderbreking door met mijn studie, maar was en ben mij bewust dat een vervangende dienst of maatschappelijke dienstplicht op zijn plaats geweest zou zijn. Daar had ik zeker aan meegewerkt omdat enige discipline in de opvoeding van jongeren zeker geen kwaad kan.


Ik weet niet van wie ik aan deze vragen uit 1946 kreeg, maar een deel van deze vragen kreeg ook ik in 1965 voorgeschoteld.




Ik zou graag ervaringen van anderen horen.

06 november, 2011

TWEEDE OOGST VIJGEN

Het abnormale warme weer zorgt voor een tweede lading rijpe vijgen van dit jaar en dat op  op 6 november, iets wat in ieder geval bij ons nog nooit is voorgekomen. In de schaal, 10 stuks die ik gisteren plukte. In de boom die barstensvol zit, hangen er minstens nog een tiental die bijna plukrijp zijn, de rest zal het niet halen.








26 oktober, 2011

KOEL METER

Het zal mij wel ontgaan zijn of ik loop hopeloos achter, maar een 'koelmeter' op een bierblikje is voor mij nieuw! Het kan natuurlijk ook komen omdat ik 'door de week gesproken' het bier uit het overbekende beugelflesje nuttig en op dat etiketje is geen ruimte voor een koelmeter!
Voor op reis met de Bimobil slaan we altijd voor de eerste twee dagen wat blikjes in, die nemen minder ruimte in in het koelkastje en dan hoeven we die zware statiegeld flesjes niet weer mee terug te slepen. Meestal zijn die blikjes leeg en weggegooid voordat we thuiskomen, maar deze is vol mee teruggekomen! Lindsey wees mij op de koelmeter, het was mij niet opgevallen.
We hebben hem even in de koelkast gezet en inderdaad, de meter verschoot van kleur. Van een vale ondefinieerbare kleur tot duidelijk blauw. Het moeten 'vloeibare kristallen' zijn die op temperatuur reageren.
De eerste keer dat ik van 'liquid crystals' hoorde en ze ook zag was begin jaren zeventig. Frans van Nieuwenborg maakte toen een broche met vloeibare kristallen, een sieraad dat onder invloed van temperatuur van kleur kon veranderen. De kristallen zaten op een zwart papiertje, geklemd tussen de twee glasplaatjes van een zes bij zes diaraampje. Ergens in ons huis moet nog zo'n raampje liggen.
Veertig jaar later is het dus mogelijk die kristalletjes op een bierblikje mee te drukken! Als iemand andere toepassingen kent, laat het weten.(En dan bedoel ik niet de LCD's)